Asia....see you mate!
Ik hoor je denken 'WAAAAAT? Nu al een nieuw reisverhaal? Maar ik heb dat lange kletsverhaal over die vulkaan net achter mijn kiezen!'. Tsja, excuses dat ik je op zo'n korte termijn alweer lastig val met mijn belevenissen (hoewel, als dat je gevoel is, is het misschien tijd je emailadres van de maillijst te halen

Maar laat ik je eerst nog even bijpraten over de afgelopen paar dagen. Samen met mijn intense spierpijn heb ik een paar daagjes doorgebracht in Sengiggi aan de westkust van Lombok (we hadden het erg gezellig met z'n tweeen). Sengiggi is nu niet direct een wonderschone plek en ook het strand is, in tegenstrijd met de berichtgeving uit de Lonely Planet (hoe verrassend), niet een van de mooiste stranden op deze aardbol. Tijd dus om met mijn Gili (en vulkaan)maatjes per auto Lombok wat verder te verkennen. De verschillen met Bali zijn groter dan ik verwacht had. Lombok voelt stukken minder imposant dan Bali (zowel qua natuur, cultuur als bevolking), maar dit vergelijk is niet helemaal eerlijk aangezien het eiland duidelijk stukken armer is dan haar westerbuur. Waar Bali (gespekt door inkomsten uit het toerisme) je kleurrijk en uitbundig tegemoet straalt, is Lombok rommeliger, viezer en oogt minder vriendelijk en toegankelijk. Maar kijk je daar doorheen, dan biedt Lombok ook weer veel interessants. Is het hindoeisme op Bali bijvoorbeeld het voornaamste geloof (tempels, tempels, tempels), op Lombok bestaat een mengelmoes van geloven naast elkaar (Hindoeisme, Boeddhisme, Islam, Christendom en het Chinees geloof (wat dat dan ook precies moge zijn)). We zijn wat door de binnenlanden van Lombok gereden en hebben onderweg mogen aanschouwen hoe batiks gemaakt worden (grappig hoe je 10 minuten naar een vrouw kunt staan staren, ziet dat er wat uit haar handen komt, maar werkelijk totaal niet snapt hoe de machine werkt die ze bedient. Wat een onmogelijke taak! Er viel werkelijk geen touw aan vast te knopen (haha, mooie woordspeling als je ziet hoe de dingen gemaakt worden. Goed, misschien alleen voor mij persoonlijk een geslaagde grap...). We zijn helemaal doorgereden tot de zuidkust van het eiland en hebben vlakbij de hoofdstad Maratam vanaf een tempelberg (bevolkt door grijpgrage aapjes!) het eiland over kunnen kijken.
Leuk hoor, maar ik ben verwend door Bali! En dus snel de boot terug genomen naar mijn favoriete eiland om lekker een paar daagjes terug te gaan naar oud en vertrouwd Ubud. Ohoh, wat is het toch een leuk stadje. Gewoon rondslenteren en kijken is genoeg om hier een heerlijke dag te beleven. Ik ben ook nog naar een traditionele dansvoorstelling gegaan, geweldig om te zien! En om mijn tijd in Azie in stijl af te sluiten, heb ik me een middagje overgegeven aan de ontspanning van een spa (ongelooflijk dat je hier voor 15 euro toch zo'n drie uurtjes plezier kunt hebben.). Een heerlijke Balinese massage waar mijn massage-jongetje op Ko Tao serieuze concurrentie van ondervindt (overigens werd ook de voorkant door mijn massage-dame niet overgeslagen. En dan bedoel ik ook de he-le voorkant...uitgebreid....Ik dacht eventjes dat de massage misschien een 'happy ending' zou gaan krijgen zonder dat ik deze besteld had...), gevolgd door een scrub behandeling, een bloemenbad (geweldig!) en een gezichtsbehandeling. Op wolkjes liep ik weer naar buiten!
En ja, vanavond is het dan dus echt zover. Na 4,5 maand ronddolen in Azie is het tijd voor een nieuw continent. Ohoh, Azie...een continent om verliefd op te worden en verslingerd aan te raken...Ik ga het missen!! De vriendelijke mensen, de relaxte mentaliteit, de prachtige natuur, het uitbundige geloof, de complete chaos, de trottoirs waar je je nek over breekt als je niet bij elke stap goed oplet (echt, hoe de bejaarde en invalide medemens hier van a naar b komt is me nog steeds een raadsel), het heerlijke eten, het straatleven, de opdringerige verkopers (oh nee, die niet....), de winkeltjes op elke straathoek....Azie, Azie, Azie....
Nu het eerste gedeelte van mijn reis er dus echt opzit, krijg ik toch een beetje een nostalgisch oud & nieuw gevoel (10-9-8-7.....). En dus tijd voor wat lijstjes (he ja, gezellig!)!
* Favoriete landen: Indonesie (Bali!), Laos, Cambodja
* Leukste steden: Hong Kong, Bangkok, Singapore
* Lekkerste plekjes: Ubud, Gili T., Luang Prabang, Hoi An, alle Aziatische markten
* Fijnste bevolking: Indonesie en Cambodja
* Oh en ah-natuur: Wandeling Sai Kung, Noord-Laos, Bali, Halong Bay, Cameron Highlands
* Oh la la-cultuur: Angkor tempels, Killing Fields en Tol Slueng museum Phnom Penh, Bali
* Lekkerste plekken voor een avondje feest: Sihanoukville, Gili T, Bangkok, Vang Vieng (tubing)
* Fijnste plekken om te ontspannen: Bali, Gili's, alle goede massageplekken!
* Meest indrukwekkend: Angkor tempels, Killing Fields & Tol Slueng museum
* Tegen gevallen: Zuid-west China (of misschien lag het aan mij), Zuid-Laos, Mekong Delta
* Meest bijzondere ervaringen: olifant rijden, dolfijnen spotten
* Ik ga graag nog eens terug naar: Bali!
* Maar hoef nooit meer naar: Vientiane, Mekong Delta, Hue, Kampot, Kep
* Onvergetelijk: zelf een tuk tuk besturen, bezoekje aan de oorarts in Laos, tubing in Vang Vieng, scooter rijden in Thailand en Vietnam, Gunung Rinjani beklimmen, de bananenboot op Gili T, de nachtbus in China (en eigenlijk elke Aziatische nachtbus), de helse boottocht van Ko Tao naar het vaste land
* Onbetaalbaar: Alle ervaringen opgedaan en mensen ontmoet
* #L zonnebrand tot nu toe: 800ml
* # malariatabletten: 21 (oeh...vanavond nummer 22...niet vergeten....)
* # vliegreizen: 6
* # bootreizen: 9
* # busreizen: 33
* # dagen in Azie: 128 (misschien zit ik er een dagje naast....)
* # landen bezocht: 9
* # stempels & visa's erbij in mijn paspoort: 22
Ja, de afgelopen 4,5 maand zijn een fantastische tijd geweest. Zoveel gedaan, zoveel meegemaakt, zo van Azie genoten! Wat een heerlijk continent....ik kom er zeker nog een keertje terug (op het nieuwe lijstje staan inmiddels: Tibet, Nepal, Birma, Filippijnen en Borneo

See you mate!
X
Complete ontspanning & intens afzien
Op zaterdag 7 november 2009 schijnt de zon weer uitbundig op het tropische Gili Trawangan, het grootste eiland van de drie Gili Islands voor de noordwest kust van Lombok dat bekend staat om haar uitbundige onderwaterwereld en backpackersfeesten. Dit zijn dan ook de voornaamste redenen dat toeristen het eiland, met een bevolking van slechts 800 inwoners, massaal bezoeken. En ook deze dag komt er even na vieren in de middag over de helder blauwe wateren een boot aangevaren met daarop een nieuwe lading verse en nieuwsgierige toeristen. Onder deze toeristen ondergetekende en 5 andere backpackers met wie ik direct vrienden werd. Wie zijn deze 5? Allereerst Katharina & Heiko uit Dusseldorf (een getrouwd stel die weleens een van de vriendelijkste mensen zouden kunnen zijn die ik ooit ontmoet heb. Ze zijn voor 3 weken op vakantie in Indonesie), Philip uit Manchester (een hilarische, over-de-top nicht waar je wel van moet houden. Op Gili Trawangan om zijn dive master te halen.) en Jannik uit Duitsland & Jin uit Korea (een stelletje dat elkaar in Australie ontmoet heeft. Zijn samen nog 1 maand aan het reizen voordat ze allebei weer naar hun eigen land gaan).
Zoals gezegd staat Gili T. bekend om haar onderwaterwereld en zijn de mogelijkheden om te snorkelen en duiken naar ik mag geloven eindeloos. Aangezien ik de onderwaterwereld nog altijd aan me voorbij laat gaan, sprak het idee van de backpackersfeesten me des te meer aan. Gelukkig dachten mijn nieuwe vrienden (die overdag overigens wel graag hun hoofd diep onder water steken) daar precies hetzelfde over en dus hebben we ons een week lang prima vermaakt op dit eiland dat iets met je lijkt te doen waardoor je er langer dan gepland blijft hangen. Het centrum van Gili T. bestaat uit 1 lange straat aan de oostkust van het eiland, waaraan zo’n beetje alle bars, cafes, restaurants, guesthouses en duikscholen te vinden zijn. En dat zijn er voor zo’n klein eilandje (je loopt er in zo’n 2 uur helemaal omheen – hetgeen ik overigens niet gedaan heb aangezien ik veel te druk was met helemaal niets doen) een heleboel! Op het eiland zijn geen gemotoriseerde voertuigen en het enige waar je voor op moet letten als je die ene straat oversteekt (je wilt vanuit je bar/cafe/restaurant/guesthouse/duikschool immers af en toe toch ook eens richting strand) zijn paard en wagen (geen grap – HET vervoersmiddel op het eiland) en fietsers.
Leek de keuze aan horeca gelegenheden in eerste instantie nog een beetje overweldigend, al na de eerste avond hadden we de route op het eiland aardig te pakken. En ik voelde me dan ook al heel snel meer dan thuis op dit eiland waar iedereen alles net even een tandje langzamer lijkt te doen dan overal elders in de wereld. De sfeer is ongelooflijk ontspannen, iedereen kijkt blij en tevree en backpackers zijn er (zelfs in het laagseizoen) nog meer dan genoeg om je kostelijk te kunnen vermaken. En dat met name op maandag-, woensdag- en vrijdagavonden, de officiele feestavonden van het eiland (dat ritme van om de dag feesten schijnt iedereen erg goed te bevallen, aangezien het je net voldoende ruimte geeft om de vorige feestavond te boven te komen). Nu lijkt deze beschrijving misschien een beetje alsof Gili T. het Salou van Indonesie is, maar dat is zeer zeker niet het geval. De gemiddelde toerist is een stukje ouder, een stukje volwassener (ik zeg stukje) en de feestjes zijn met name bedoeld voor de gezelligheid en niet voor de alcohol of andere verdovende middelen (alhoewel die er in overvloed te krijgen zijn – met name in de vorm van magische champignonnetjes).
Maar goed, na mezelf dus een week kostelijk vermaakt te hebben in dit paradijsje, vonden we het toch echt tijd worden voor een beetje actie (Een van de hoogtepunten van ons verblijf had trouwens ook genoeg actie in zich – een rondritje op een bananenboot. Ik had het persoonlijk nooit eerder gedaan, maar wat hilarisch! En wat doet het zeer als je met 60km per uur in het water getorpedeerd wordt! Mijn bikini hing een aantal keren op mijn voorhoofd). Philip moesten we helaas op het eiland acherlaten ivm zijn duikopleiding, maar voor hem in de plaats namen we Audrey uit Amerika mee richting ons volgende avontuur: Het beklimmen van vulkaan Rinjani op Lombok. Deze vulkaan van zo’n 3700m is nog altijd actief en wordt door de inwoners van Lombok geeerd als een heilige berg. En ik kan je zeggen: het is er ook eentje om RESPECT voor te hebben! Aangezien meerdere mensen ons de klim naar de absolute top volkomen afgeraden hadden (pratende in termen als ‘gekkenwerk’ en ‘onmenselijk’), besloten we de 2-daagse trekking richting de vulkaanrand op zo’n 2600m te maken. Vol goede moed vertrokken we op zondagochtend 10 uur aan onze beproeving. Hoe zwaar kan het zijn? Nou, zwaar kan ik je vertellen! Een starttemperatuur van zo’n 37 graden, een luchtvochtigheidsgraad van ruim boven de 90 procent, urenlang tropische regenbuien op je dak en scherpe hellingpercentages dwars door de jungle... Na het eerste rustpunt (op 500m) waren we lekker bezweet en warm, na de lunch op het tweede rustpunt (1000m) begonnen we de beentjes te voelen, na ’s middags bij het 3e rustpunt aanbeland te zijn (1500m) begon een kleine wanhoop zich van ons meester te maken en bij het rustpunt op 2000m sprak helemaal niemand meer. Het was inmiddels half vijf, de temperatuur gedaald naar zo’n 15 graden, de regen nat en de wind koud. Met benen van elastiek, een hoofd van beton, een hart tikkend als een op hol geslagen metronoom en uiteindelijk op handen, voeten en ons tandvlees zijn we de laatste 400m omhoog gekropen naar onze overnachtingsplek. Onderwijl luid vloekend, puffend en kreunend (en lachend...we leken wel een stelletje bejaarden ver over de houdbaarheidsdatum). Zo’n 10 minuten voordat we bij het kamp aankwamen hebben Katharina, Heiko en ik elkaar middels een plechtige ceremonie gezworen het nooit meer in ons hoofd te halen ooit nog eens zoiets te doen. Onderdeel van deze ceremonie was de eed dat we elkaar zouden bellen, faxen, mailen, smsen, facebooken als een enkele gedachte in de richting ook maar in ons hoofd op zou komen, zodat de anderen dit idee er weer heel erg snel uit zouden kunnen slaan.
Aangekomen op de overnachtingsplek was de temperatuur gezakt naar zo’n 5 graden boven nul. Maar met de ijzige wind en een lichaam dat inmiddels maanden Aziatische zon gewend is, kan ik je vertellen dat het wel min 20 leek! Na een warme maaltijd zijn we allemaal al om half acht naar ons tentje gestrompeld, waar we op onze te dunne matjes en in onze natte en dunne slaapzakjes (dat krijg je als de dragers die met je meelopen de spullen in de tropische regenbuien niet afdekken...) een hele verrotte nacht tegemoet zouden gaan. Maaaar goed... de volgende dag om 6 uur weer fris en fruitig op voor de laatste verticale meters richting de vulkaanrand. Daar aangekomen was het natuurlijk een spectaculair plaatje om te zien. Een vulkanische meer, met in het midden een vulkaan die af en toe van zich liet horen dat te rommelen en wat rook uit te spugen (beetje lafjes zo zonder lava, maar ok). Ondanks het prachtige uitzicht, dreef het vooruitzicht van de afdaling er ons al redelijk snel toe om aan deze vrolijke vriend te beginnen voordat de regen opnieuw naar beneden zou komen.
De daarop volgende 5,5 uur deden pijn, pijn, pijn, pijn, maar waren hilarisch tegelijkertijd. Wanneer je namelijk over de grenzen van je eigen lichaam heengaat (en ik denk dat ik dat echt eventjes gedaan heb), gaat je lichaam op een gegeven moment zijn eigen gang. Zo ook bij ons: knieeen die zonder reden allerlei kanten op knikken, benen die als een soort soldaat beginnen te marcheren terwijl je ze toch echt opdracht geeft normaal te lopen, een kont die opeens op de grond gaat zitten en samen met je benen verder weigert verder te lopen terwijl je hersenen ook hier geen opdracht toe gegeven hebben... Ja, je lacht je rot met je eigen lijf! Mijn lichaam en ik waren het er uiteindelijk trouwens wel unaniem over eens dat we heel, heel, heel erg blij waren om weer beneden aan de voet van de vulkaan te staan en in de auto te kunnen stappen richting de kustplaats Sengiggi (aan de westkust van Lombok)
Daar zit ik nu dit bericht te tikken met in elke vezel van mijn lichaam intense, intense spierpijn. Meerdere locals hebben op straat in het voorbij al geroepen ‘Aaaah...Rinjani?’ Ik schijn de spierpijn dus niet te kunnen verbloemen J MAAR...ik had het niet willen missen!!! We hebben met elkaar ongelooflijke lol gehad, een draak van een vulkaan bedwongen, een goede work-out gehad en zijn weer een hele ervaring rijker!
Assepoester op sprookjesachtig Bali...
Hallo allemaal!
Hier weer even een teken van (lekker) leven vanuit Azië!
Dit keer vanuit een snikheet internet café op de Gili Islands in Indonesië, waar het internet zo frustrerend langzaam en duur is, dat ik langzaamaan in staat ben om de computer hier uit het openstaande raam te gooien met de muis er achteraan! Maar ‘when in Rome… etc.etc.’, dus ik haal nog maar een keertje diep adem bij het uploaden van dit verhaal en de daarbij behorende foto’s. Geniet ervan, want het heeft een hoop geld, irritatie, bloed, zweet en tranen gekost ze tot jullie te krijgen

Maar laat ik bij het begin beginnen. Mijn laatste berichtje kwam vanaf de Cameron Highlands in Maleisië, waar het vanwege de hoogte trouwens behoorlijk koud was en ik ‘s avonds met sokken en een fleece trui in bed lag te bibberen van de kou (dus niet getreurd, ook ik moet er hier af en toe aan geloven

Na een weekendje vertoefd te hebben in de binnenlanden van Maleisië was het tijd om terug te keren naar Kuala Lumpur, want dit keer waren het mijn ouders die mij met een bezoekje kwamen vereren. Het adres van het hotel had ik van ze ontvangen en bekend als ik inmiddels ben in Kuala Lumpur hobbelde ik er met mijn backpackje vanaf het busstation rechtsteeks naartoe. Bij het zien van de lobby toch nog even twee keer op mijn blaadje gekeken of ik wel bij het juiste adres stond, want deze luxe hadden mijn oogjes al een aantal maanden niet meer gezien. Ja, meneer en mevrouw Bendijk planten hun koffers natuurlijk niet in zomaar elk hotel in Kuala Lumpur neer he? Een zwembad, een spa, personeel dat over je heen duikt om het je naar je zin te maken, air conditioning (ja mensen, dat is voor mij een luxe!) en een badkamer om in te verdwalen… De hemel opende zich voor mij toen de liften op de 17e verdieping van dit hotel open gingen…
Na de reünie met paps en mams (zo gek, maar tegelijkertijd zo fijn om ze aan de andere kant van de wereld na al die maanden weer te zien), hebben we de volgende dag het vliegtuig gepakt richting Bali. Na enorme vertraging op het vliegveld kwamen we om 1 uur ’s nachts pas aan en dus in het donker richting hotel gereden en ingecheckt. Maar zelfs in het donker had Margootje al vrij snel in de gaten dat ook dit luxe hotel haar zeker wel zou gaan bevallen! Vrijstaande bungalows in een oase van een tuin, met een zwembad waar je u tegen zegt en personeel die dat op haar beurt weer in alle beleefheid tegen jou doet. Hallo Bali, hier kunnen we wel aan wennen hoor!

En niet alleen het hotel bleek Nirvana, ook buiten de hotelpoorten bleek Bali een groot sprookje. Weelderige groene heuvels vol met rijstvelden, een fantatsisch mooi aangeklede bevolking die je werkelijk stralend tegemoet treedt (ook als ze niets aan je willen verkopen, een verademing na landen als Thailand en Vietnam), de ene tempel nog indrukwekkender dan de andere en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Er zijn werkelijk geen woorden om uit te leggen hoe mooi dit eiland is (zie ook de foto’s. Mijn camera heeft deze week echt overuren gedraaid). Het overgrote merendeel van de bevolking is Hindoe en je vraagt je soms af of ze op een dag nog wel tijd hebben om andere dingen te doen, want werkelijk alles staat in het teken van het eren van de goden en het bezoeken van tempels.
We begonnen onze tour door Bali in het prachtige Ubud en omgeving, waarvandaan we na een paar dagen (uiteraard rondgereden door een persoonlijke chauffeur...oh, zo bezoekt een gemiddelde backpacker Bali niet?) verder getrokken zijn richting Tirtagangga aan de ooskust van het eiland. Hier sliepen we in het waterpaleis, het vroegere verblijf van de koning (oh, daar slaapt een gemiddelde backpacker op Bali niet?) temidden van een prachtige tuin met heilig water. Ook hier weer een heerlijk zwembadje tot onze beschikking en daar hebben we gretig gebruik van gemaakt. Vanuit hier hebben we onder andere een ontzettend mooie wandeltocht met een gids gemaakt (volgens paps heeft hij in zijn leven nog nooit zoveel gezweet en ik moet zeggen dat ik die dag ook wat litertjes ben kwijt geraakt).
Na een paar lekkere dagen in Tirtagangga zijn we (opnieuw met prive chauffeur...uiteraard

Maar goed, nadat mam me ervan overtuigd had dat die dolfijnen echt wel ergens anders zouden gaan zwemmen als ze het echt heel erg vervelend zouden vinden (ik ben nog steeds niet volledig overtuigd), toch maar achterover gaan zitten om te genieten. En wat een mazzel hadden we! De familie Bendijk zat een paar keer echt eerste rang toen de dolfijnen naast onze boot in het water heen en weer doken! Zo mooi om te zien! En nadat alle andere boten na twee uur richting de kust voeren, konden wij (of beter gezegd ik) er maar geen genoeg van krijgen en bleven we bijna alleen op zee over. Wat de dolfijnen beloonden met nog een keer een showtje van hun zwemkunsten. Ik wilde gewoon niet meer van die boot af!
Na een veel te kort bezoekje, was het gisteren voor mijn ouders weer tijd om richting het koude Nederland te vertrekken. Ai, 30 graden temperatuursverschil! Succes daarmee...ik ben door richting de Gili Islands aan de kust van Lombok!

Ik heb nog geen plannen voor de komende weken en zie wel waar ik de komende tijd ga belanden. Eerst maar even van deze eilanden genieten...Op het stand welteverstaan. Want ondanks het feit dat deze eilanden DE plek zijn om te duiken en snorkelen (ik werd in het toeristenbureau zelfs gewoon uitgelachen toen ik vroeg wat er hier nog meer te doen valt als je geen van deze twee sporten beoefend), weten we allemaal dat Margootje haar hoofdje niet nog een keer onder water steekt met een masker op!

Tot gauw!
xx
Kuala Lumpur & Singapore met Ivo
Goedemorgen!
Na een paar daagjes alleen rond gelummeld te hebben in het absurd drukke, maar tegelijkertijd enorm leuke, Hanoi was het vorige week vrijdag dan eindelijk tijd om Ivo te ontmoeten in Kuala Lumpur, Maleisie. Ivo kwam vanaf Londen via Abu Dhabi naar Kuala Lumpur gevlogen (een reis van zo'n 24 uur), terwijl ik het een stuk gemakkelijker had met een vluchtje van 3,5 uur vanaf Noord-Vietnam. Geheel in 'Ivo & Margot stijl' hadden we een halfslachtige afspraak gemaakt om elkaar zodra we allebei geland waren te treffen bij de incheck balies van Air Asia voor onze gezamelijke vervolg-vlucht naar Borneo. En geheel in Margot-stijl had ik geen idee van de vertrektijd of het vluchtnummer van ons vluchtje met Air Asia, aangezien Ivo de boeking gedaan had. Ook hadden we geheel in Ivo & Margot-stijl de afweging gemaakt dat een krappe overstaptijd voor ons allebei echt prima zou gaan lukken. En ook geheel in Ivo & Margot-stijl hadden we er geen seconde bij stil gestaan dat dit alles nu niet direct een recept voor suces lijkt...
Goed, mijn vlucht ging lekker (vliegangst is nog altijd aanwezig, maar controleerbaar) en ik landde op tijd in Kuala Lumpur. Aangezien ik maar weinig tijd had voor de overstap, haastte ik me langs de douane en bagageband richting vertrekhal. Ai, dat zijn wel heel erg veel balies van Air Asia! En dat zijn wel heel veel vluchten die vanmiddag vertrekken richting Kuching, Borneo!! Welke is nu van ons? Iets met tien voor half huppeldepup toch?? Goed, dat zal deze balie dan wel zijn. Afijn, Margot staat daar een kwartiertje, half uurtje, drie kwartier... Mmm, zou alles wel goed gegaan zijn met Ivo en zijn vlucht? Toch maar eens informeren... Ja hoor, 1,5 uur geleden netjes op de landingsbaan terecht gekomen. Maar waar is hij dan? Geen enkele manier om hem te bereiken en de sluiting van de incheckbalie kwam toch wel akelig dichtbij...
Dan maar alvast in de rij gaan staan, hij komt er vast zo wel aan. Een klein kwartiertje later wist de vriendelijke mevrouw achter de balie me na het zien van mijn paspoort te vertellen dat we toch echt niet ingepland stonden op de vlucht waar ik voor in de rij had gestaan. Wist ik wel zeker dat we vandaag vlogen? Ai ai ai...mevrouw mag ik even uw mobieltje lenen zodat ik Ivo kan bellen? Danku, danku...
En terwijl ik sta te bellen, zie ik Ivo aan de andere kant van de vertrekhal aan komen lopen met een zwart donderwolkje boven zijn hoofd. Hij was aangekomen in een terminal die 40 minuten met de bus van de vertrekhal vandaan lag! En voor dat busritje hadden ze hem ook nog eens 5 euro laten betalen. En alsof dat nog niet frustrerend genoeg was, had hij onze vlucht naar Borneo vanuit de bus ook nog eens netjes zien opstijgen (ik had de tijd dus schijnbaar ook niet goed onthouden...ahum...en was zelf achteraf gezien ook ruim te laat om het inchecken te kunnen halen...). Dat zeg ik...typisch Margot & Ivo!
Maar goed, niet te lang getreurd...Air Asia tickets kosten bijna niets en het geld waren we toch al kwijt, Ivo had lang genoeg gereisd en oerang oetans kunnen we altijd nog wel een keertje bekijken. We blijven gewoon lekker in Kuala Lumpur! En twee urtjes later ploften we onze tassen dan ook neer in een hotelkamer ergens in de stad. Maar al snel bleek dat Kuala Lumpur is nu niet direct mijn meest favoriete stad in Azie is en helaas nu net dat is wat Ivo niet aanspreekt in Azie. Het stinkt er op elke straathoek, de stad is vies en er valt eigenlijk weinig moois te bekijken (onze persoonlijke mening he? Laat dat je er niet van weerhouden de stad ooit met een bezoekje te vereren!).
Het is natuurlijk niet allemaal kommer & kwel in Kuala Lumpur! We hebben ons 1,5 dag leuk vermaakt met de sky train, vergezichten vanaf de 276 meter hoge telecommunicatie-toren en de drukte in de wijk China Town. Maar al snel besloten we de trein richting Singapore te pakken
Goede keus!!! Wat een geweldige stad is dat! Het Westen ontmoet hier Azie en samen gaan ze feilloos hand in hand om je een stad te presenteren die werkelijk aan alle wensen voldoet. Van wolkenkrabbers in het zakendistrict, tot Aziatische eettentjes in China Town en Little India. Elke straathoek laat weer een andere stad zien en we hebben er ons 4 dagen lang prima vermaakt. En onze credit card ook! Want als er 1 nadeeltje is van Singapore, dan is het wel de torenhoge prijzen waartegen geen enkel backpackersbudget is opgewassen...
Inmiddels zit Ivo na een veel te korte week samen alweer terug in het vliegtuig naar huis om over 2 dagen opnieuw in het vliegtuig te stappen naar Phoenix om daar eindelijk te mogen beginnen aan het praktijkgedeelte van zijn pilotenopleiding. In Singapore hoorden we dat hij al zijn laatste examens weer perfect gehaald heeft (zo knap!) en dat betekent dat de theorie-fase dus eindelijk voorbij is! Nog maar een paar maanden en hij is echt piloot! Wel betekent het dat we elkaar weer een paar maanden moeten missen, terwijl hij in de USA aan het vliegen is en ik langzaamaan mijn tijd in Azie afrond en aan Australie ga denken.
Maar niet voordat ik overmorgen mijn ouders verwelkom in Kuala Lumpur en met hun samen naar Bali vlieg voor een paar weken Indonesie!
xx
Vietnam zit er alweer bijna op...
Halloooo,
het is weer even tijd voor een update vanuit het verre Azie! Helaas zullen jullie het dit keer met je eigen verbeelding moeten doen, want zorgwekkend genoeg schijnt er zich een virus op mijn memory card gevestigd te hebben. Ach Margot, geen paniek, slechts 500 foto's van de afgelopen maanden die miraculeus verdwenen schijnen te zijn. Geen probleem toch?? Ik hoop nog steeds dat dit gewoon een grapje van God is om te kijken hoe stevig ik in mijn schoenen sta...de memory card doet het morgen vast wel weer! (ondanks het feit dat 1001 verschillende computers me al dagen vertellen dat er geen spoor te bekennen is van alle foto's die ik de laatste tijd genomen heb).
Maar goed, we gaan dit verhaaltje dus eventjes vertellen terwijl jullie de plaatjes zelf in je hoofd moeten vormen. Ik heb jullie achter gelaten in Mui Ne in het zuiden van Vietnam, dus daar pak ik de draad dan ook weer op. Aangezien ik een open tour busticket heb, was de bus dus het aangewezen reismiddel om naar mijn volgende stop-over Nha Trang te gaan. Ik heb inmiddels ontdekt dat de bedjes achterin de bus toch wel zo'n 30 cm langer zijn dan de bedjes voor in de bus, hetgeen mijn benen erg op prijs stellen. Het enige nadeel is dat de ritjes achterin de bus een stuk hobbeliger zijn dan de ritjes voorin de bus. Het is dus kiezen tussen beenruimte en je ingewanden op de gebruikelijke plek... Nou goed, dan maar een nier tussen je ribben, zolang ik mijn benen maar kan strekken...
Werd overigens om 5 uur 's ochtends wakker tijdens de rit van Mui Ne naar Nha Trang omdat we langs de kant van de weg stonden zonder benzine! Goed, nu hoef je als buschauffeur niet aan heel veel dingen te denken, dus hoe krijg je het in godsnaam voor elkaar om je benzinemeter te vergeten??? Gelukkig toch nog aangekomen in Nha Trang en na een paar uurtjes op het strand alweer met de slaapbus door richting Hoi An. Ja, als je zoveel tijd verdoet in het zuiden van Vietnam, dan moet je je opeens erg haasten in het noorden van het land! Na een hobbelige nacht waarin de buschauffeur weer als een mongool reed en het nodig vond elke 3 seconde op zijn toeter te gaan hangen, aangekomen in Hoi An. Nou, dat is toch wel het leukste plekje van Vietnam dat ik tot nu toe gezien heb! Een Unesco World Heritage Site...en met reden! Een lieflijk leuk stadje dat bekend staat om de kleding die je er op maat kan laten maken. Ondanks dat ik 1001 jurken gepast heb, heb ik het feestje toch maar aan me voorbij laten gaan aangezien de kwaliteit nou niet direct fantastisch blijkt te zijn.
Vervolgens door richting Hue (ja, mijn reis door Vietnam voelt ook echt zo gehaast als 'ie klinkt!). Mijn god, wat ben ik blij dat ik hier maar een paar uurtjes de tijd had, want wat een saaie bedoeling! Je kunt er de 'verboden paarse stad' bezoeken, een citadel binnen de stad die gebouwd is voor een of andere vroegere koning, keizer of admiraal (god weet wat de man was). Nou, dat plekje van Vietnam zou inderdaad verboden moeten worden voor alle toeristen, want er is werkelijk NIETS te beleven! Tenzij je van bouwvakkers houdt die volkomen oninteressante oude gebouwen aan het restaureren zijn...
En alweer met de nachtbus (haast, haast!) door richting de volgende stop --> Hanoi! Jaaaa, lekker hoor Hanoi! Lawaaiierig, druk, vervuild...maar het heeft iets dat aan je blijft plakken (misschien zijn het de uitlaatgassen...). Ben er nu inmiddels al een paar daagjes en ben eigenlijk alleen de stad uitgegaan voor een tripje naar Halong Bay. En wat voor een tripje! Dat is me toch een mooie plek mensen! HALONG BAY! Onthouden en in een van je toekomstige reisplannen verwerken. Je vertrekt met een boot vanuit de haven en na een half uurtje varen bevind je je tussen de rotsen die torenhoog boven het water uitsteken. Echt een plaatje hoor (zie je het voor je? Kom op, laat die verbeelding eens even haar werk doen! Ja, heb je het plaatje te pakken??). Ik had een driedaags tourtje geboekt inclusief een overnachting op de boot in 1 van de baaitjes. Bijzonder om te gaan slapen op zo'n verlaten plek! Helaas wist onze reisleider al op de eerste avond te vertellen dat we terug moesten ivm een naderende storm. Onze veiligheid kon niet gegarandeerd worden nu er tijdens de laatste tyfoon 4 toeristen om het leven zijn gekomen toen hun boot in de baai omsloeg door het noodweer.
Dus eerder dan gepland weer terug in Hanoi en nu nog twee daagjes de tijd totdat ik naar Kuala Lumpur vlieg om Ivo's bekkie voor het eerst in ruim 3 maanden eindelijk weer eens van dichtbij te kunnen inspecteren! Fijne gedachte! We gaan saampjes 1 week naar Borneo en heb er erg veel zin in!
Meld me denk ik na die week weer eventjes bij jullie met hopelijk wat foto's!
xxx
Margot
Ja, Zuid-Vietnam...ik vind er niet zoveel an!
Jaaa, goedemorgen!!
Zoals de oplettende lezer misschien al wel heeft opgemerkt, heb ik door mijn ontsnapping uit China al in de 2e week van mijn reis mijn complete plan omgegooid om er een niet al te logische route op na te houden. Maar, dat mag de pret niet drukken, want er zijn de afgelopen maanden een hoop mooie plekken aan me voorbij getrokken. Na Hong Kong, China, Thailand, Laos en Cambodja is het tijd voor een nieuw land....en wel Vietnam! Ik heb me na 1 week dan ook los weten te rukken uit het belachelijk gezellige Sihanoukville aan de zuidkust van Cambodja om me langzaam richting de grens met Vietnam te begeven. Mijn Zwitserse vriendinnetjes heb ik helaas in Sihanoukville moeten achterlaten. Zij konden de gedachte om weg te gaan nog niet aan en hadden plannen om terug te gaan richting Thailand, dus het afscheid moest er uiteindelijk toch van komen. Maar dat opent ook weer nieuwe deuren en sindsdien ben ik telkens met verschillende reisgenoten opgetrokken.
Na Sihanoukville volgden in Cambodja nog Kampot & Kep. Volgens de Lonely Planet plekken die je absoluut niet over mag slaan. Ja, dat is misschien omdat het boek LONELY heet, want er viel werkelijk niets te beleven!! Tenzij je enthousiast wordt van een 'sunsetriver cruise' op een gammele boot die je ook nog eens voor zonsondergang alweer op de kade dropt (in onze complete verbazing overigens daardoor ook nog bijna de geweldige zonsondergang gemist, aangezien we de andere kant op stonden te turen!). Beide stadjes zijn in ieder geval om 9 uur 's avonds compleet donker en het lokale gidsje bleek geen onzin te verkondigen toen het zei dat je op moest passen voor de agressieve honden die 's avonds massaal op straat rondhangen. Ik kan je vertellen dat we 3 keer een blokje omgelopen zijn omdat de route geblokkeerd werd door deze agressief blaffende monstertjes.
Ook de weg van Kampot richting Kep bleek minder interessant dan in eerste instantie gehoopt. We besloten met de tuk tuk een tourtje te doen langs een aantal lokale ' hoogtepunten', te weten een grot en een peperplantage. Goed, dat is dus de laatste keer dat ik in Azie een grot bezoek, want die dingen slaan werkelijk helemaal nergens op (kan ik statistisch gezien met enige zekerheid concluderen na het 3e teleurstellendebezoek in de afgelopen maanden). En de peperplantage was helemaal een giller. De zuidkust van Cambodja is bekend om haar pepers en na een geweldige ervaring in de koffieplantages van Tanzania, zag ik een bezoekje wel zitten. Nou, als je de enige bent die er rondloopt en zelfs je tuk tuk chauffeur je uitlacht omdat je genegeerd en uit pure ellende dan maar een aantal close ups van een bosje pepers neemt, dan weet je dat je geen gelukkige keuze hebt gemaakt!! Maaaaaaar...onze tuk tuk chauffeur maakte zijn lachsalvo meer dan goed door een droom in vervulling te laten gaan die ik al sinds Bangkok koesterde: Zelf een tuk tuk besturen! Dat leek me nu echt helemaal briljant en na de beste man lief aangekeken te hebben, zat Gootje een paar minuten later voorop de tuk tuk. Ok, ik heb het ding welgeteld een paar meter kunnen besturen voordat de struiken gevaarlijk dichtbij kwamen, maar....ik heb een tuk tuk gereden! Whoohooo! Lijkt me overigens nog steeds een geweldig plan om als blondine volledig serieus mijn diensten als tuk tuk chauffeur aan te bieden in een stad als Bangkok...
Goed, na dus een paar niet al te interessante laatste dagen in Cambodja, zijn we 's werelds meest verlaten grensovergang overgestoken (de weg was zo slecht dat mijn nieren volgens mij nog steeds ergens tussen mijn ribben hangen). Nieuwe stempels in het paspoort en op naar Ha Tien....waar ook geen ene klap te beleven viel! Whihihihi...niet de meest gelukkige keuzes dus qua reisbestemming! Wel bleken we de enige toeristen en dat leverde een hoop gestaar en gezwaai op. Dus een beetje naar het volk gewuifd als Maxima en me vermaakt over het feit dat schijnbaar geen enkele toerist deze plek interessant genoeg vond om te blijven hangen. Vanaf Ha Tien met de boot richting het eiland Phu Quoc vertrokken, dat in het zuiden van Vietnam ligt. Dit eiland werd opnieuw door de Lonely Planet geprezen als paradijs op aarde en ook dat verdient een klachtenbrief richting dit alom gewaarde boekje, want ik ben het er NIET mee eens! :) Tuurlijk, tuurlijk, een aantal leuke bountry strandjes, maar niets om nu echt enthousiast over te worden (de regen en de wind kunnen hier misschien overigens ook een rol in hebben gespeeld). En dus weer terug richting het vaste land van Vietnam in de vorm van Rach Gia...alwaar we erachter kwamen dat we onze paspoorten op het eiland vergeten waren! Woops! Een belletje naar het guesthouse...geen enkel probleem, morgenochtend geven we ze mee op de eerstvolgende ferry richting Rach Gia. Heee, dat is fijn geregeld! Wij de volgende ochtend enthousiast richting pier en elke Vietnamees die van de boot afkwam aangeklampt met de vraag 'Passport????'. Nou, niet eentje had ze bij zich hoor! En dus een extra dagje door moeten brengen in het bruisende Rach Gia, waarna de receptioniste van ons hotel in het Vietnamees een hartig woordje met het guesthouse op het eiland sprak en de paspoorten daarna netjes aan ons geretourneerd werden.
Vervolgens mijn weg vervolgd door de Mekong Delta richting Ho Chi Minch stad, onderweg stoppend in Can Tho & My Tho, twee plaatjes bekend om hun drijvende markten. Ook dat was een wens om die eens te bezoeken en inderdaad heel erg leuk om te zien. Met 4 andere backpackers een tourtje van 2 dagen gedaan met de boot en de bus, begeleid door een Vietnamese gids. En met een local in de buurt kun je dus ook gaan eten in typische lokale tentjes en je laten verrassen door wat hij besteld (oh, slang en bloedsoep? hartstikke lekker joh! --> ja, als het maar stinkt en glibberig is, dan vinden die Vietnamezen het fantastisch). Super leuk om mee te maken, hoewel ik de blokken gestolt bloed in de pan maar heb gelaten voor wat ze waren...
Na de stille Mekong Delta (als je 's avonds letterlijk 3 kwartier moet zoeken naar een tent met een koud biertje, dan weet je dat je niet in de meest flitsende plek van Vietnam beland bent), bleek Ho Chi Minh stad een welkome afwisseling. Het getoeter is ongeveer permanent, de straat oversteken doe je op goed geluk tussen alle scooters door en spitsuur is werkelijk hilarisch met elk stukje asfalt bedekt door een toeterende brommer. Maar ondanks de drukte heeft deze stad iets heel erg relaxed over zich en ik heb me er goed vermaakt. Maar met toch een beetje het gevoel de afgelopen 1,5 week verspeeld te hebben met niet al te interessante plekken, vond ik het tijd worden om me richting het noorden van het land te gaan begeven wat toch wat interessanter moet zijn. En dus een 'open tour bus ticket' gekocht, waarmee je voor 39 dollar van Ho Chi Minh naar Hanoi kunt reizen met de slaapbus (je weet wel, met van die bedjes die bij je knieeen stoppen).
Eerste stop op mijn route was Mui Ne, een plaatsje aan de zuidkust van Vietnam en vamorgen ben ik aangekomen in Nha Trang. De feestbestemming van Vietnam. Ik ga het feestje dit keer echter overslaan en ga vanavond door richting Hoi An, een paar honderd kilometer noordelijker.
Nou, hehe, zijn jullie weer helemaal bij! Helaas dus geen hele spannende verhalen te vertellen, maar niet getreurd...ik vermaak me prima! Het is tenslotte geen straf om met elke dag 30 graden te moeten bedenken hoe je je vandaag weer eens gaat vermaken.
Tot snel!
x
Margot
PS: Foto's uploaden wil helaas vandaag niet lukken. Hopelijk volgende keer beter...
Een week van tegenstrijdigheden...
Goedemorgen!
Weer even een teken van leven vanuit het verre Cambodja, waar ik inmiddels geleerd heb dat een Nederlands regenbuitje niets is in vergelijking met het geweld waarmee het water hier naar beneden gegooid wordt. Jaja, we bevinden ons in het regenseizoen en dat zullen we weten ook! De busrit van Siem Reap (Angkor Tempels) richting de hoofdstad Phnom Penh had dan ook meer weg van een waterballet dan een ritje over asfalt. De lokale bevolking leek echter van de nood een deugd te maken door massaal langs de kant van de weg te gaan zitten en de fontein van water over zich heen te laten komen wanneer bussen passeerden. Je zou verwachten dat dit land zich inmiddels aangepast zou hebben aan het regenseizoen dat een jaarlijks terugkerend fenomeen is. Maar dat is niet het geval, straten veranderen in rivieren en iedereen trekt gewoon zijn zwembroek aan voor een beetje waterpret. Daar kunnen we in Nederland nog wat van leren! Hoewel het wellicht als wat vreemd ervaren wordt wanneer je met je zwembroek aan luid gillend door de Nederlandse straten rent terwijl je in plassen springt en je nat laat sproeien door voorbij razend verkeer. Om nog maar niet te spreken over de longontsteking die je er ongetwijfeld aan over zou houden, maar toch...een optie om over na te denken de volgende keer dat het regent

Goed, na ons een weg door het water gebaand te hebben, kwamen we aan in Phnom Penh. Een grote stad die nou niet direct de schoonheidsprijs verdient. Maar dat is dan ook niet de reden om deze stad te bezoeken, de geschiedenis van dit land is dat echter wel. In Phnom Penh vind je namelijk de trieste nalatenschap van het Pol Pot Regime dat tussen 1975 en 1979 de dienst uitmaakte in Cambodja. Aangezien ik weet dat de gebroeders Nienhaus dit weblog met interesse lezen en zij vele, vele malen meer weten over de dag van gisteren dan ik, beperk ik me tot het oplepelen van de basale kennis die ik over deze periode heb. Dit om mezelf niet al teveel voor schut te zetten en corrigerende opmerkingen te moeten ontvangen

In 1975 kwam in Cambodja een vriendelijke meneer genaamd Pol Pot aan de macht middels een coup. In eerste instantie werd de Khmer Rouge met blijdschap door de bevolking ontvangen, aangezien er een einde werd gemaakt aan de jarenlange oorlog met Vietnam. Al snel bleek echter dat het regime ongelooflijk wreed was. In het nieuwe 'democratisch Kampuchea' werd elke vorm van intellect, verzet en tegenspraak met harde hand onderdrukt. Steden werden ontruimd, elke vrijheid werd ontnomen, de bevolking werd gedwongen dagelijks urenlang te werken en kreeg daarbij niet tot nauwelijks te eten. Artsen, leraren, ministers en alle andere intellectuelen werden opgepakt in een poging elk verzet te onderdrukken. In 4 jaar tijd overleed ongeveer een vijfde deel van de bevolking door executie, hongersdood en ziekte. En dit alles gebeurde in een land dat afgesloten was van de buitenwereld en dus geen enkele hulp ontving.
De Killing Fields liggen enkele kilometers buiten de stad en zijn de plek waar op grote schaal executies werden uitgevoerd door de Khmer Rouge. Vandaag de dag is het een gedenkplek waar je met kippevel op de armen kunt zien en lezen tot welke misselijkmakende praktijken dit regime in staat was. Mensen werden op de meest gruwelijke wijze vermoord met allerhande wapens die voor handen waren. Baby's werden aan hun voeten vastgehouden en tegen bomen dood geslagen en hele families werden uitgemoord wanneer zij ervan verdacht werden een bedreiging te zijn voor het voortbestaan van het regime.
Na een indrukwekkend bezoek aan de Killing Fields wacht een bezoek aan de Tol Slueng gevangenis. Een voormalige school door de Khmer Rouge omgebouwd tot gevangenis, waarin mensen maandenlang werden vastgehouden en gemarteld alvorens te worden geexecuteerd. De verhalen van onze gids gecombineerd met de vele foto's maken me werkelijk misselijk tot het punt van overgeven. Het zien van bloedspetters op het plafond veroorzaakt door gruwelijke martelingen maken mijn knieen week en mijn hoofd tolt alsof ik ieder moment flauw kan vallen. Het is moeilijk te bevatten dat dit regime gaande was in de jaren dat ik geboren ben. Waar was de wereld toen dit gebeurde? En wie voorkomt dat er een dezer dagen niet opnieuw een gek opstaat die wreed genoeg is om een geheel land met bruut geweld onder controle te krijgen?
Ja, een bezoek aan Phnom Penh vertelt je alles over de gruwelijke en bloedige geschiedenis van dit land en laat je achter met een diep respect voor de weg die haar bevolking tot de dag van vandaag heeft afgelegd. De wonden zijn nog zo vers dat elk persoon die je op straat passeert wellicht een of meerdere familieleden heeft verloren tijdens deze periode. Hoe kom je een dergelijke tragedie te boven? Wellicht door net als de Cambodjanen altijd te blijven lachen en te blijven geloven in al het moois dat dit land te bieden heeft...
Na dit indrukwekkende bezoek aan Phnom Penh zijn we werkelijk toe aan een kleine vakantie binnen onze reis (ik werk tenslotte alweer ruim 9 weken nonstop kei-hard aan deze reis). En er blijkt hiervoor geen betere plek dan de zuidkust van Cambodja in de vorm van het stadje Sihanoukville. Op zich is dit stadje zelf niet bijzonder aantrekkelijk, maar het strand, het weer en de mensen die we tegenkomen zorgen ervoor dat we hier inmiddels al een week vertoeven. We zitten in een van de leukste guesthouses die we tot nu toe gezien hebben en elke avond is een feestje met telkens nieuwe nationaliteiten die met elkaar de competitie aangaan rondom de pooltafel. Je zou verwachten dat ik inmiddels wat beter geworden zou zijn in dit spelletje...tot mijn spijt moet ik echter bekennen dat dit verre van het geval is

Morgen is het echter toch echt tijd om op te staan uit dit warme bad en mijn weg te vervolgen langs de kustlijn richting de grens met Vietnam. Eenmaal daar zal er ongetwijfeld wel weer ergens een computer beschikbaar zijn die het mogelijk maakt om weer eventjes met jullie bij te babbelen.
Dikke kus!
Oh la la ... Cambodja!
Dag trouwe weblog-lezers van me!
Om te beginnen zal ik jullie geruststellen (of teleurstellen), ditmaal geen verhalen over dronken avonden waarin ik meniet naar mijn leeftijd gedragen heb en mette jonge feestgenoten langs bars ben gerend. Neenee, na mijn meditatiesessie met de monniken in Vientiane ben ik weer volledig tot rust gekomen. Ok, er heeft nog 1 avondje disco in Vientiane gevolgd (hi-la-risch die disco's hier! Alsof je 10 jaar terug in de tijd stapt!), maar verder heeft mijn hoofdje mijn kussen eerder vroeg op de avond dan vroeg in de ochtend geraakt.
Vanaf Vientiane zijn we met de nachtbus richting Pakse gereden in het zuiden van Laos. Het leuke is altijd dat het redelijk makkelijk is om het voertuig te vinden dat voor jou bestemd is, aangezien dat werkelijk altijd de oudste en meest rottige is die op een betreft busstation te vinden is. Ook dit keer was geen uitzondering. Nadat we met de tuk tuk richting busstation gebracht waren, stonden daar een aantal fonkelende VIP bussen (lees: geen locals welkom aan boord, enkel toeristen) te wachten. Aaaah, Margootje zag direct een lekker nachtje slapen voor zich op de heerlijke donzen bedjes in deze juweeltjes van bussen. Ja, ik zag me mezelf al neervleien op de heerlijke fluffige,gebloemde kussens die ik door de ramen heen gespot had.En dus hobbelde ik hoopvol met mijn backpack richting bussen-hemel. Euh nee nee, zo werd mijn droom bruut verstoord, de linker bus is bestemd voor jullie! Oh, u bedoelt die aftandse, krakkemikkige, gedeukte, ellendige bus die ik zojuist voorbij ben gerend? Weet u zeker dat die niet gewoon rijp is voor de sloop? Uhm...er hangt een blonde haar aan de bumper...hoeveel toeristen heeft deze bus al precies geraakt? En hoeveel heb ik ook alweer voor mijn kaartje betaald als onwetende toerist? Ik kan mij toch niet voorstellen dat dat vrouwtje naast mij drie keer haar maandsalaris heeft neergelegd voor dit ritje. Waarom altijd het rottigste vaartuig in de vloot? Waarom? WAAROM??? Eenmaal in de bus heb ik mezelf ongeveer tien minuten lang afgevraagd waarom het bed bij mijn knieen stopte en het matras niet dikker was dan een mdf plaat.. En na een uurtje kwam ik tot de conclusie dat ze helaas toch echt niet met wegwerkzaamheden bezig waren, maar dat dit gewoon de kwaliteit van het wegdek was voor de rest van de nacht. Maaaaaar goed, maar niet te lang bij stil staan en toch nog een redelijk nachtje gedraaid.
In Pakse zijn we uiteindelijk maar 1 dagje gebleven, want er viel niet zoveel te beleven. Afgezien van een leuke middag gevuld met een rondritje in een tuk tuk en een bezoekje aan een hele smakelijke markt (Marianne Thieme en Sanne Bakker kunnen maar beter eventjes wegkijken, want anders heeft Pakse binnen no time de gehele Partij voor de Dieren op haar nek), maar daarvoor kun je gewoon beter even de foto's bekijken. En dus snel door richting de 4000 islands, zeg maar de Biesbosch van Laos. Een plek geprezen in de Lonely Planet, maar ik vrees datde auteurs er niet zoals ik tijdens het regenseizoen waren, want ik kon niet echt zeggen dat ik er blij van werd. Het zijn dus in totaal 4000 eilandjes (en kijk, zo komen ze aan de naam), alhoewel ik niet weet of er ook iemand is die ze daadwerkelijk ooit allemaal een keer geteld heeft, in de Mekong rivier. Er valt niet heel erg veel te beleven, afgezien van wat dagtripjes die je met de boot kunt ondernemen. Ok, dus wij hebben ook een tripje geboekt,waarbij ik mezelf toch weer verloochend heb door op de boot te dansen op keiharde house muziek en aan een waterpijp te lurken. Ooooh Margot, word nou verdorie toch eens volwassen!

En wat een goede beslissing! Oh oh oh oh oh la la....Cambodja! Dit land heeft met de eerste kennismaking direct mijn hart gestolen! De landschappen, de bevolking, de geschiedenis...het is in 1 woord geweldig! Sinds een paar dagen ben ik dan ook volkomen gelukkig in Siem Reap waar we de Angkor tempels bezoeken. Angkor...de stad die in haar hoogtij-dagen 1 miljoen inwoners telde en dat in een tijd toen Londen er nog slechts 40.000 had (ja, ik heb vanavond tijdens de documentaire in het guesthouse goed opgelet!). Zo on-ge-loof-lijk indrukwekkend dat ik er gewoon niets zinnigs over op papier kan zetten behalve deze zin die ik net in de documentaire hoorde: 'My friend...go to Cambodia...visit its tempels and its dreams'. En kijk eens naar bijgaande foto's, volgens mij heb je dan gewoon geen uitleg meer nodig.
xxxx