This is it...
Dit is ‘m dan…het allerlaatste verhaal van mijn reis…
Ik weet niet hoe het met jullie zit (misschien blij dat je eindelijk weer wat ruimte in je inbox hebt), maar ik wil nog helemaal niet terug! Die trip van 8 maanden, die maar eindeloos leek te duren, is nu dan echt voorbij! Ik sta aan de vooravond van mijn terugreis en kan nu alleen nog maar achterom kijken en denken: ‘WAUW!!! Mag ik nog een keer??’
Maar laten we vooral niet vergeten dat ik er de afgelopen weekjes een leuk einde aan heb kunnen breien hier in Phoenix. En dat was weer eventjes wennen zo na de glitter en glamour van LA & Hollywood. Dat er hier weinig glamoureus te beleven valt, was al duidelijk bij het uitzicht vanuit het vliegtuig. De stad is hier niet van de woestijn te onderscheiden en alles is in dezelfde geestdodende schutkleur gebouwd. Jaja, als beige je kleur is dan is Phoenix je stad! Maar goed, wat maakt beige nog uit als je landt op het vliegveld waar je vent je eindelijk op staat te wachten om vervolgens samen naar je eigen appartementje te kunnen rijden? En dat appartementje is heerlijk! Overal in de stad heb je hier appartementencomplexen compleet met zwembad, bubbelbad en sportschool. Helemaal fantastisch! En al die faciliteiten heb je ook wel een klein beetje nodig, want buiten de poorten van het complex sta je letterlijk in het zand en tussen de cactussen. Er groeit en bloeit hier werkelijk niets, tenzij het in een park kunstmatig is aangelegd. En dus laat ik de kale zandvlaktes lekker voor wat ze zijn en blijf ik overdag heerlijk in ons huisje terwijl Ivo gaat vliegen en ’s avonds zitten we vaak lekker te bubbelen in de jacuzzi bij het zwembad. Je kunt hier de jacuzzi ‘s avonds namelijk nog uitklimmen zonder dat je billetjes er bij Nederlandse temperaturen vanaf vriezen…
Dat beige woestijnlandschap blijkt hier en daar trouwens mooier dan je in eerste instantie zou denken. Overal rondom Phoenix liggen parken en bergketens en daar heb je vanaf de top een prachtig uitzicht over de enorme stad. In die parken liggen ook enkele oude goudmijnstadjes compleet met gevangenis en saloon. Hartstikke commercieel natuurlijk, maar je waant je wel opeens in het wilde westen van een Lucky Luke strip. In Arizona zit je dan ook in het ECHTE Amerika. Of je er nu van houdt of niet, interessant is het zeker! 999 kanalen op de televisie en dus is er op elk tijdstip van de dag wel een reden te bedenken om thuis op de bank te blijven hangen. De reclame, die elke 5 minuten je programma onderbreekt, is een groot feest: Medicijnen mogen zonder probleem aangeprezen worden en het opsommen van de meest heftige bijwerkingen duurt meestal langer dan het spotje zelf. De concurrent direct afzeiken is geen enkel probleem en wordt zonder gene toegepast. Wel moet alles natuurlijk ingedekt worden, met termen als ‘these are paid actors’ of ‘image exaggerated’ en ‘not actual size’. Onze favoriete reclames zijn die waarbij een advocaat je vertelt dat je een ander failliet kunt dagvaarden wanneer je betrokken bent geweest bij een ongeluk…want het bedrijf is hier voor JOU! En nadat de gemiddelde oversized Amerikaan is uit-gezapt en zich van de bank heeft weten te hijsen, zijn Burger King, McDonald’s, Domino’s en het lokale steakhouse de plekken om een ‘lekker’ hapje te gaan eten. Bij voorkeur natuurlijk vanuit de auto in de vorm van de drive thru. Ja, je moet hard je best doen ergens een vitamientje te kunnen scoren. En van het milieu hebben de Amerikanen ook nog nooit gehoord. Dus de supermarkt die 100 meter verderop ligt bezoek je met je dikke pick-up truck en fietsers en wandelaars zijn hier een collectors item. Bij de kassa wordt elk aangeschaft artikel in een apart plastic zakje verpakt en als je voorstelt je spullen in te laten pakken in de oude plastic zakjes die je zelf hebt meegenomen, moet er haast een beademingsmachine worden ingezet om het personeel niet om te laten vallen. Ook het vertrek uit de supermarkt is bijzonder, aangezien je langs de persoon wandelt wiens baan bestaat uit het begroeten en gedag zeggen van klanten bij de in- en uitgang van de supermarkt (benieuwd welke LOI cursus je daarvoor klaarstoomt). Waarom introduceren wij deze Melkert-banen niet in Nederland???
Om onze tijd ultiem Amerikaans te verdrijven, zijn we naar de rodeo gegaan. De Parada del Sol Rodeo in Scottsdale Arizona dames en heren! U weet niet wat u meemaakt! Bij aankomst uiteraard eerst een hotdog gescoord en terwijl we deze buiten de arena naar binnen stonden te werken, klonk het startsein van de rodeo door middel van een dame die luidkeels en vals het volkslied door de microfoon bulderde. En aangezien ik ondertussen vrolijk doorbabbelde, ontving ik van vriendlief een schop tegen mijn schenen (hij had zijn handen vol met een hotdog) om me er liefdevol op te attenderen dat ik toch beter even mijn mond kon houden. Om ons heen stond iedereen inderdaad aan de grond genageld om ten volste van dit moment te kunnen genieten. Vervolgens werden er enkele gewonde soldaten uit Irak de arena in gehaald (u snapt de link met rodeo net zo min als ik) en het dak ging eraf hoor! Want als ze hier ergens trots op zijn met z’n allen, dan is het wel op de jongens die ergens aan de andere kant van de wereld (geen idee waar Irak ligt uiteraard) hun leven wagen voor de vrijheid van The Home of the Brave… Eenmaal in de tent aangekomen was het werkelijk een feest voor het oog. Cowboy hoeden, Wrangler spijkerbroeken uit het jaar nul, popcornzakken van 50 kg die genuttigd werden door exemplaren van 150 kg en cowgirls die tickets verkochten voor de loterij. De dames in kwestie werden op hun paarden geïntroduceerd als Royalty of the Rodeo (‘This is Britanny, Princess of Rodeo!’) en werden met hun getoupeerde haren en glitter T-shirtjes gezien als crème de la crème. Tsja, wat valt er dan nog in je leven te bereiken wanneer je al op je 16e prinses van de rodeo geweest bent vraag je je af... De rodeo zelf is een groot volksvermaak met cowboys, paarden, stieren en clowns en hoe harder de rijders door de dieren door elkaar worden geschud, hoe harder het publiek ze aanmoedigt. De Partij voor de Dieren zou hier geen leden werven, maar een vermakelijke middag was het zeker (maar dan wel vanwege de mensen in het publiek, niet vanwege het rijden op dieren in de ring, iets wat natuurlijk allang afgeschaft zou moeten worden)…
Een andere interessante middag beleefden we op de gun club van Phoenix, de favoriete vrijetijdsbesteding van menig Amerikaan. Deze tent stap je binnen in de wapenwinkel, waar volgens Ivo items over de toonbank gaan die het Nederlandse leger niet eens kan betalen. En de geweren, kogels, maskers, geluidsdempers (?) en granaten liggen er inderdaad gewoon voor het oprapen. Je weet niet wat je ziet! Revolvers met roze handvatten voor de ladies, T-shirtjes met Scottsdale Gunclub trots op de borst en als pronkstuk staat er een machinegeweer met meterslang patronenlint te blinken bij de ingang. Inclusief bevestigingsmechanisme voor…euh…op het dak van je huis??
Bij de kassa ontvang je, na het invullen van een formuliertje waarin je verklaart dat je na je overlijden geen aanspraak op de club zult maken, het door jou gewenste geweer inclusief kogels, oorbeschermers en beschermingsbril. En 2 geluidsdichte en kogelvrije deuren later sta je op de schietbaan. Maar deze mensen hebben allemaal echte geweren in hun hand!!!! En daar moet ik dan langs lopen (achterlangs weliswaar

Tsja, Amerika, het land van de superlatieven. Oppervlakkig als het op sommige gebieden mag zijn, toch heeft het absoluut zijn charmes en we hebben ons hier prima vermaakt! Met popcorn in de drive-in bioscoop, biertjes drinken met de klasgenoten van Ivo, een bezoekje aan het lokale steak house, hangend op de bank kijkend naar de Oscars, rondstruinen in de uit de kluiten gewassen supermarkten en rondrijden op de 5-baans snelwegen rondom de stad. Heerlijk om onze dagen weer samen te slijten en een mooi einde van deze geweldige reis…
Nu ik bijna aan het einde van deze pagina ben aangekomen, kan ik er dan echt niet meer onderuit…het zit erop lieve lezers. Maar voordat ik afscheid van jullie neem, zou ik nog graag een paar dingen met jullie willen delen…
Een aantal feitjes en weetjes over mijn reis…
240 dagen buiten de Nederlandse landsgrenzen
13 landen in volle glorie aanschouwd
30 nieuwe stempels in mijn paspoort
42990 km in het vliegtuig afgelegd (dat is precies 1x de aarde rond)
3241 km vanuit de trein bekeken (dat is ongeveer van Amsterdam naar Cairo)
768 km dobberend op een boot doorgebracht (ongeveer van Amsterdam naar Praag)
8954 km zittend of liggend in een bus gereisd (dat is een vlucht Amsterdam-Sjanghai)
5553 km bedwongen met een auto of camper (dat is bijna Amsterdam naar New York)
391 km gehobbeld op een motor, scooter of tuk tuk (een ritje Amsterdam-Hannover)
Al het moois vastgelegd op 26GB aan geheugenkaarten
Mijn tere huidje beschermd door zo'n 8 liter zonnebrand
13 verschillende soorten valuta wonder boven wonder uit de pinautomaat getoverd
In 89 verschillende bedden op zoek gegaan naar dromenland
Mijn favorieten…
Singapore, Sydney en Hong Kong zijn de steden waar je moet wezen!
Cambodja, Bali en Nieuw-Zeeland horen op ieders lijstje te staan
Drawaqa Island (Fiji), Gili Trawangan (Indonesië) en Akaroa (Nieuw-Zeeland) zijn ideaal om heerlijk te ontspannen
Indonesië, Australië & Cambodja hebben de vriendelijkste bevolking die ik heb ontmoet
Elke cm2 van Nieuw-Zeeland's zuider eiland, Noord-Laos en Halong Bay (Vietnam) hebben die 'oh en ah'-natuur
De Angkor Tempels, Killing Fields, het Tol Slueng Museum (Cambodja) en de tempels op Bali maakten diepe indruk
Gili Trawangan (Indonesië), Sihanoukville (Cambodja) en Hollywood zijn prettige plekken voor een feestje
Kippevel kreeg ik bij de start van mijn wereldreis (Hong Kong), het spotten van dolfijnen in Indonesië & Nieuw-Zeeland en de prachtige autorit van Queenstown naar Glenorchy (NZ)
Het zweet stond op mijn rug bij de helse boottocht van Ko Tao naar het vasteland (Thailand), de nachtbussen in China & Vietnam en de bergwand die begon te schuiven terwijl mijn bus eronder stond (China)
Voor een bijzondere overnachting ga je naar The Monkey Republic in Cambodja (feestje!), The Barefoot Lodge in Fiji (palmbomen en zee) of een van de mooie hotels waar ik met mijn ouders in Bali heb geslapen
Oh wat heb ik gelachen tijdens de eerste km's met Sanne & Nick in de camper (Australië), de farmstay (Australië) en de helse beklimming van Mount Rinjani (Lombok)
Ubud (Bali), Luang Prabang (Laos) en Hoi An (Vietnam) zijn de gezelligste en meest knusse plekjes die je je maar kunt wensen
Ik ben tot de conclusie gekomen dat…
Onze planeet een prachtige plek is die helaas door de mens geregeld hard wordt tegengewerkt haar schoonheid te laten stralen
Zowel Karlijn's buik als Jiske hard gegroeid zijn terwijl ik weg was
Elk land me weer op een andere manier rijker gemaakt heeft
De Thaise keuken vinger likkend lekker is
Het helemaal niet moeilijk is bijna 8 maanden uit een rugzak te leven
Wat je doet afvragen waarmee je hele huis volstaat
Vliegen nog altijd niet mijn hobby is
Maar angsten er zijn om recht in de ogen aan te kijken
Je soms de vreemdste reisgenoten kunt treffen
Waar je dan zelf weer zo heerlijk normaal bij afsteekt
Dolfijnen mijn favoriete dieren zijn en het lastig is ze te spotten tussen de tranen die telkens in mijn ogen staan als ik ze zie
Ik het heel bijzonder vind dat zoveel mensen mijn reis via mijn weblog gevolgd hebben
En dit niet de enige twee redenen zijn waarom ik inmiddels weet dat ik stiekem maar een emotioneel meisje ben
Singha en Anchor bier mijn absolute favorieten zijn (en ik menig glaasje gedronken heb)
De wereld bol staat van de interessante mensen die je op weg van kantoor naar huis niet zou tegenkomen
En dit nu juist de mensen zijn die de meest bijzondere levenslessen met zich meedragen
Duitsers over het algemeen ontzettend irritant zijn (en dan heb ik het niet alleen over de neurotische fraulein uit Australië)
Een eigen douche & toilet een godsgeschenk zijn
Ivo bij terugkomst nog net zo lief & geweldig is als bij vertrek
Gekko's een vervelend ruikende darminhoud hebben
Ik niet kan wachten tot ik in Nederland weer die mensen zie die ik op Schiphol achterliet
Nieuw-Zeeland een verrassend slechte zomer kan hebben
En Phoenix een verrassend goede winter
De wonderen van de wereld pas echt mooi zijn als je ze beleeft met de mensen om wie je geeft
En een avondje thuis op de bank plots een klein wereldwondertje kan zijn als je het op waarde weet te schatten...
Mijn wereldreis waar zoveel dromen, plannen, stressen en verheugen aan vooraf is gegaan. Het is dan echt voorbij. 8 maanden zijn voorbij gevlogen en zijn tegelijkertijd ongelooflijk intens en indrukwekkend geweest. Ik heb tijdens mijn trip hard gelachen, hard gehuild, met mijn mond vol tanden gestaan, nonstop gekwebbeld, heimwee gevoeld, thuis compleet vergeten, intens genoten, me enorm alleen gevoeld en me ontzettend goed vermaakt met mijn eigen gezelschap.
De reis heeft me verbaasd, ontroerd en overweldigd. Ik heb mezelf leren kennen, soms positief, soms wat minder positief en kan zonder twijfel zeggen dat ik mezelf leuker vind bij terugkomst dan bij vertrek. En dat is het grootste cadeau dat de wereld me had kunnen geven. Wat is er veel moois te bekijken, veel spannends te beleven en veel indrukwekkends te ervaren. De wereld is mooi, de wereld is prachtig en haar gaan bekijken is een passie voor het leven geworden. Zoals een man op Fiji, die vanwege geldgebrek nog nooit buiten zijn eigen land was geweest, in een klein bootje tegen me zei: 'You are lucky that you can travel'… Wat een voorrecht inderdaad…Dus hou dit weblog in de gaten, want ik sluit niet uit dat er dit jaar nog een verhaaltje gaat volgen…

Bedankt dat je al die maanden met me bent meegereisd, je was fijn gezelschap…
Liefs,
Margot
Palmbomen & sterren
Nadat ik op mijn laatste dag in Nieuw-Zeeland nog een geweldig afscheid ontving van tientallen dolfijnen die rondom de boot uit het water sprongen, was het tijd om na 1 maand weg te gaan uit dit land dat bij het uitdelen van natuurschoon vooraan in de rij heeft gestaan. Ik kan alleen maar zeggen, als je er nog niet geweest bent…wat doe je hier dan nog?!?!?! GAAN! Mijn weblog lezen kun je altijd nog wel een keer, maar die bergen, meren, vulkanen, gletsjers, dolfijnen, walvissen en pinguïns moet je echt zo snel mogelijk gaan bekijken! Maar goed, aan alles komt een eind, dus ook aan mijn bezoekje aan Nieuw-Zeeland en daarom op naar een nieuw avontuur in de vorm van Fiji. Een klein avontuurtje dit keer, want ik had maar 5 daagjes te besteden in deze eilandengroep. Fiji, zo’n tropische plek waar je witte stranden, een azuurblauwe zee, kokosnoten en bloedhete temperaturen verwacht. Maar in Nieuw-Zeeland sprak ik met een Zwitsers stel die een heel ander plaatje schepte…gevaarlijk, eng, orkanen, regen, voedselvergiftiging. Kortom, je zou er nog niet dood gevonden willen worden! En dus was ik heel erg benieuwd hoe Fiji zou gaan bevallen. Nou….het was er geweldig! Goed, als je er vanuit Nederland de halve wereld voor over zou komen vliegen, dan zou ik misschien ook ietsepietsie teleurgesteld zijn en kun je denk ik beter naar bijvoorbeeld Frans Polynesië gaan, maar in een stop-over van 5 daagjes heb ik me geweldig vermaakt!
Ik kwam aan op het vliegveld van Nadi op het hoofdeiland Viti Levu, waar ik door een chauffeur van het hostel werd opgewacht. Whaaaa, met 1 stap uit het vliegveld waande ik me weer in Azië…heerlijk! Drukte, chaos, viezigheid, een gammel busje, communicatieproblemen en alles ‘Fiji time’….Relax, no worries, alles komt goed! En dus zat ik meteen met een grote grijns in dat busje, terwijl er een golf van diepe heimwee naar Azië over me heen viel. Backpacken is ook zoveel leuker in niet-westerse landen… Op naar mijn hostel, waar ik afgezien van het personeel zo’n beetje de enige aanwezige bleek. Ja, de Engelse eigenaar leek een beetje moeite te hebben met het vergaren van gasten, maar dat betekende wel dat ik de dorm kamer voor mij alleen had en alleen slapen is voor mij inmiddels een grote luxe! Na mijn eerste duik in het zwembad, een eerste wijntje (niet importeren Nick & Sanne…niet te drinken!) en een eerste zonsondergang, was het de volgende dag tijd om het eiland eens te gaan bekijken. Samen met Marti en Anita, een heerlijk fout Amerikaans stel (‘I don’t like that Obama…didn’t vote for him…hell no…and that ain’t ‘cause I’m a racist or anything…if he would have been white…I wouldn’t have voted for him either!’), een gids en een chauffeur gingen we op weg naar de markt in Ba. Heerlijk om weer rond te wandelen in de chaos van een markt, waar we vanalles mochten proeven, mensen graag met ons de foto wilden en iedereen zin had in een gezellig praatje. Vervolgens de binnenlanden in waar we al snel in de gaten hadden hoe mooi, groen en heuvelachtig het hoofdeiland van Fiji wel niet is. Na zo’n half uurtje over een onverharde weg, kwamen we hobbelend en bobbelend bij het Navala dorp aan, het enige nog traditionele dorp in Fiji. We werden ontvangen in de ‘bure’van een van de families voor een cava-ceremonie. Cava is een drankje dat van de wortels van de cassave plant gemaakt wordt. Er zit geen alcohol in, maar na genoeg consumptie kun je er wel behoorlijk high van worden. En de gemiddelde inwoner van Fiji drinkt het graag en veel! Nadat de wortels van de plant worden vermalen tot poeder, wordt dit poeder in een doek boven een grote bak gehangen en wordt er water overheen gegooid. Alles wat door de doek heen komt druppen is het drankje en dit wordt je in een kommetje aangeboden door het stamhoofd. Bedoeling is dat je ervoor bedankt door 1 keer in je handen te klappen en ‘bula’te zeggen, het kommetje aan je mond te zetten en in 1 keer naar binnen te gooien, om vervolgens 3 keer in je handen te klappen en ‘benaka’ te zeggen. Zo gezegd, zo gedaan. Vreemd goedje waar je tong al na 1 kommetje van gaat tintelen en ik kan me goed voorstellen dat je er na een paar glaasjes inderdaad interessante dingen van gaat zien…
Goed, na een rondleiding in het prachtige dorpje en het drukke schooltje, waar 1001 kinderen op de foto wilden, was het weer tijd om terug te gaan naar Nadi. Daar ben ik de volgende dag op de catamaran gesprongen die richting de Yasawas voer. De Yasawas zijn een eilandengroep ten noorden van het hoofdeiland en staan bekend om hun lekkere weer, stranden en mooie koraal. Klonk mij als een recept voor succes in de oren en na 2,5 uur varen kwam ik aan bij Drawaqa Island. Op dit kleine, onbewoonde eilandje staat de Barefoot Lodge, waar ik voor 2 nachtjes een reservering had gemaakt. Nadat een klein bootje me vanaf de catamaran naar het eiland bracht, stond de manager me al zingend op te wachten. Goh, ik geloof dat ik me hier wel ga vermaken… Barefoot lodge in het kort? Hutjes zonder electriciteit op het strand onder de palmbomen, een strand voor zonsopkomst en een strand voor zonsondergang, personeel in bloemetjes-bloesjes, hangmatten op het strand, een gezellige eiland-hond, drie maaltijden per dag, een azuurblauwe zee vol koraal en bijna geen mens te bekennen. Nogmaals…wat doe je nog achter die computer?!?!?
Op het eiland waren slechts 8 andere gasten die van een zeilboot afkomstig waren en overdag op excursies gingen waardoor ik het eiland voor mij alleen had. Grote grijns, grote grijns! En dus heb ik me 2 dagen heerlijk vermaakt met snorkelen, luieren, zonnen, in mijn hangmat liggen, lezen, cocktails en cava drinken, spelen met de eiland-hond en zwemmen. Echt, zo naar! Op de laatste dag waren de andere 8 gasten al vertrokken en kreeg ik mijn lunch geserveerd in mijn hangmat en heb ik heerlijk alleen naar de horizon liggen turen, terwijl ik mijn maaltijd deelde met de eiland-hond met wie ik inmiddels dikke vriendjes geworden was. Nogmaals….waarom zit je inmiddels nog niet in een vliegtuig?!?!?!
Helaas kwam ook aan dit paradijsje uiteindelijk een einde, wat misschien maar goed is ook, anders was ik uiteindelijk tegen een volleybal gaan praten (misschien een enorm leuke grap als je de film ‘Casteway’ met Tom Hanks gezien hebt (trouwens in Fiji opgenomen), maar misschien ook niet. Mocht je de film niet gezien hebben, vooral niet gaan kijken, geen bal aan!). En dus op naar het vliegveld van Nadi voor een hele lange en ijskoude vlucht van 10 uur naar Los Angeles. De eerste persoon die ik hier sprak was een meisje in het shuttle busje op weg naar mijn hostel in Hollywood, die vertelde dat ze die avond in een sexy outfitje (ik heb de foto gezien…meer vlees zichtbaar dan stof) de superbowl ging kijken in de Playboy Mansion. Welkom in Amerika!!!! En ik moet zeggen, ik heb me in 7 maanden tijd op straat nog nooit zo onveilig gevoeld als de eerste avond rondom Hollywood Boulevard! Maar dat heeft me er niet van weerhouden de volgende dag de Walk of Fame te gaan bekijken (waar je trouwens bij 9 van de 10 sterren denkt…wie is dit in godsnaam??) en in een busje te springen voor zo’n enorm foute tour waarbij je in Beverly Hills langs de huizen van sterren rijdt. Heel kansloos, ik weet het, en zo voelde het ook, maar stiekem toch best leuk om even te kijken waar Jennifer Lopez, George Clooney, David en Victoria Beckham, Britney Spears en Christina Aguillera wonen! Nou, in grote huizen kan ik je vertellen…
’s Avonds liep ik op de Hollywood Boulevard tegen een grote première aan van de film ‘Valentine’s Day’, waar het bleek te stikken van de celebs. Zo zag ik staand op mijn prullenbak (tsja, als je er dan toch bent, wil je natuurlijk wel een goed uitzicht) tussen de gillende en krijsende fans (het blijft toch gênant) in een uurtje tijd Dr. McDreamy & McSteamy van Grey’s Anatomy, Jessica Biel, Jamie Foxx, Jessica Alba, Ashton Kutcher en Demi Moore, Jennifer Garner en Julia Roberts voorbij komen! Toegegeven, bij de helft wist ik niet wie het was, maar de op hol geslagen fans rondom mij konden bij een kruin die uit de limousine stapte al precies zien met wie we te maken hadden. En dan schijnen mensen de illusie te hebben dat op de toppen van je longen kei-hard de voornaam van de ster te krijsen ertoe zal leiden dat de persoon in kwestie naar je toe zal komen lopen om zijn of haar tong in je keel te steken, je verliefd in de poppetjes van je ogen te kijken om er vervolgens met je vandoor te gaan voor een romantisch en lang leven. Nee, ik weet niet wat ze ermee hopen te bereiken, maar het adoreren van sterren blijft een raar fenomeen…
De volgende dag was het trouwens tijd voor een ander raar fenomeen….Dr. Phil! Jaja beste kijkbuiskinderen, uw schrijfster had een gratis kaartje weten te bemachtigen om deze derderangs psycholoog live te gaan bekijken tijdens de opnames van een van zijn slaapverwekkende shows! Whiehiehiehoehoehoehoe, je lacht je rot! Het is in ieder geval prettig dat de beste meneer zichzelf zo geweldig vindt, dan hoef ik het in ieder geval niet meer te vinden… Maar goed, oogjes openhouden de komende tijd dus! Als je de aflevering voorbij ziet komen waarin hij praat met de ouders van een verdwenen vrouw of de aflevering waarin hij praat met ouders van kinderen die aan drugs verslaafd zijn (zzzzzzzz….), even goed opletten! Misschien spot je mij wel tussen het klap-vee in de zaal!
En aangezien ik toch in Hollywood zat, vond ik het een goed plan de volgende dag nogmaals naar een studio te gaan. En ditmaal meteen de grootste en oudste van allemaal…de Warner Brothers Studios! Uit deze stal komen de machtigste klassiekers (bijvoorbeeld ‘Cassablanca’) en de populairste hedendaagse shows (denk aan ‘Sex and the City’ en ‘Friends’). Samen met mijn kamergenootje Sarah kregen we in een geweldige privérondleiding een kijkje achter de schermen. Ontzettend leuk om te zien. Wist jij bijvoorbeeld dat scènes uit Annie, Spiderman, Friends, ER en Ocean’s 13 gewoon op dezelfde paar vierkante meters zijn opgenomen? Toch leuk om te weten! Maar de topper van de dag was toch wel een bezoekje aan de set van Friends…Ik heb op de bank in Central Perk gezeten dames en heren!!! Mijn kont heeft het stofje geraakt waar de kont van Jennifer Aniston ook op gezeten heeft! Nou, als grote Friends-fan zie ik het toch als een van de hoogtepunten uit mijn trip!
Samen met Sarah heb ik nog voor 1 dagje een auto gehuurd om een bezoekje te brengen aan Santa Barbara, Malibu en Santa Monica. Maar eerste stop op onze lijst was een tripje naar het graf van Marilyn Monroe. Onvindbaar en verdomd lastig om te komen, maar met een grote Monroe-fan naast me toch wel heel bijzonder om te zien. Ze ligt overigens begraven in een muur, waar naast haar een plek gereserveerd is voor Hugh Hefner. Maar boven haar ligt gewoon een onbekende meneer. Deze beste man ligt dus tot in de oneindigheid bovenop Marilyn Monroe…De man moet met een grote grijns in zijn graf liggen! Gheghegheghe….
Aan het einde van onze road-trip zette Sarah me uiteindelijk ’s avonds af bij een hostel in het wereldberoemde Venice Beach. Goed, dit is dan de plek waar ik me in 7 maanden tijd het meest onveilig heb gevoeld! Mijn hemel, wat een enge en vervallen plek vol met zwervers en junks op straat. En dus snel mijn hostel in gevlucht met de deur op slot! En daar kwam ik mijn kamergenootje Carrie tegen met wie ik de volgende dag Venice Beach en Santa Monica heb bekeken. Bij het zien van alle strandhuisjes voor de lifeguards bleef de tune van Baywatch maar in mijn hoofd hangen! Helaas geen David Hasselhoff of Pamela Anderson gezien, maar wel een hele hoop ander raar volk. Ja, Venice Beach is een goede plek om gewoon de hele dag te gaan zitten om mensen te bekijken…je weet niet wat je ziet! Sowieso stikt het in en rondom LA van de vreemde mensen. Of ze hebben ze niet helemaal op een rijtje (ik heb in LA net zoveel mensen gezien die hardop in zichzelf zaten te praten als ik in Nieuw-Zeeland schapen gezien heb) of ze zijn naar LA verhuisd om het te maken in de entertainment industrie (en dan heb je ze misschien gewoon ook niet helemaal op een rijtje). Ja, LA puilt uit van de dj’s, acteurs en muzikanten die nooit doorgebroken zijn en dat waarschijnlijk treurig genoeg ook nooit zullen doen. Zo ook bijvoorbeeld mijn vriendinnetje Carrie, die huis en haard in Minneapolis had achtergelaten om het in LA te maken als tekstschrijver voor film en TV. Toegegeven, ook Carrie had ze niet helemaal op een rijtje…

De gekte van LA, Hollywood en Carrie heb ik uiteindelijk achter me gelaten om deze na een 1-uur durende vliegtuigrit naar Phoenix in te ruilen voor….tomtiedom…IVO! Jaja mensen, na maanden in verschillende werelddelen en tijdszones doorgebracht te hebben zijn we dan eindelijk weer samen! Net op tijd voor Valentijnsdag!
Vulkanen en regen....
De laatste loodjes vrienden…
Mag ik u allereerst complimenteren met het feit dat u na ruim een half jaar nog altijd de moeite neemt om mijn hersenspinsels te lezen? U bent nog een van de weinigen…


Als ik een Nieuw-Zeelandse geit zou zijn....zou ik er zo uitzien....
Nou, als dat je enthousiasme voor de laatste loodjes van de reis niet heeft aangewakkerd, dan weet ik het ook niet meer…
Maar goed, laat ik de afgelopen twee weken weer eventjes netjes in chronologische volgorde aan je voorbij laten gaan, zodat het allemaal een beetje logisch voor iedereen blijft. Eens even kijken, mijn laatste verhaaltje eindigde met het feit dat ik de enorme Sperm Whales bij Kaikoura had gespot, dat dit enorme beesten zijn, geen ongelooflijke hoeveelheden sperma in hun hoofd hebben zitten en ik gelukkig genoeg was om er drie te mogen aanschouwen. Nadat ik ’s ochtends vroeg van deze boot was gekomen, ben ik ’s middags naar een boerderij gegaan. Na wat geknuffel met Christmas (het bokje dat aanvoelde als heerlijk zachte vloerbedekking) en het voeren van de huis-geit, was het voor de boer tijd om een schaap naar voren te toveren die de twijfelachtige eer had om voor een stel toeristen geschoren te worden. Floep, floep, floep en klaar! Het arme beestje moet in deze barre Nieuw-Zeelandse zomer (waarover later meer) inmiddels met kippenvel op zijn ruggetje in de wei staan… Na nog wat uitleg van de boer over wat er met de wol gedaan wordt, wat het wereldrecord van schapen scheren nu eigenlijk precies is (schrik niet, het wereldrecord staat op 45 seconden voor 1 schaap…Laten we hopen dat het betreffende beest alle vier zijn pootjes nog heeft) en na nog meer geknuffel met Christmas, was het tijd om weer te vertrekken op deze enorm gezellige plek.
De volgende dag zijn Treesje en ik de bergen ingereden richting de thermische baden van Hanmer Springs. In de plenzende regen (het overkoepelende thema van dit verhaal) de onbewoonde bergen in doe je natuurlijk bij voorkeur met een volle tank. Maar voor een beetje avontuur in de dag, bedacht ik me bij vertrek dat ik de 200 kilometer vast nog wel op mijn driekwart lege tank zou redden. Niet handig! Dus ik heb Treesje de hele rit door de bergen (geen boerderij te bekennen) moed in zitten praten ‘Kom op Treesje, je kunt het! Ik wil niet door de regen lopen op zoek naar een boerderij! Kom op Trees, we zijn er bijna!’. Toen we middenin de bergen een benzinepompje tegen kwamen, was Treesje dan ook zo blij dat haar benzinemeter direct in het rood sloeg. Pfieuw…. Goed, door naar de thermische baden met water tussen de 30 en 40 graden Celsius voor een heerlijk dagje ontspannen. Nadat ik mijn eerste bad ingedoken was en voelde dat het water inderdaad heel erg lekker warm was, zat ik me na 1 minuut al ongelooflijk te vervelen. Tomtiedom, beetje om me heen kijkend, tomtiedom…beetje saai zo in je eentje…en het regent ook nog eens op mijn hoofdje…tomtiedom…hoe lang zit ik er al in?...oh, nog maar 10 minuten?...tomtiedom….is er nog iets anders te doen hier in de omgeving?...tomtiedom…ik heb hier geen geduld voor…tomtiedom…het lijkt hier verdorie wel het golfslagbad van de Tongelreep met al die veel te drukke tieners (een bejaarde opmerking, ik realiseer het me)….tomtiedom...jammer dat ik geen boekje oid kan lezen in dit bad....tomtiedom...tomtiedom...Goed, na een uurtje zat ik weer in de auto op weg naar de noordkust van het eiland. En na 2 rustige en regenachtige daagjes aan deze noordkust, heb ik samen met Lex & Lous (ja hallo, daar zijn we weer!) de ferry naar het noorder-eiland genomen. Maar niet voordat ik helaas afscheid had moeten nemen van een toch iets te dure Treesje, treurig maar waar… Maar niet te lang getreurd, ik kreeg van Lex en Lous een lift in hun strakke bolide naar Ohakune, een klein plaatsje een paar honderd kilometer naar het noorden. Ohakune is een klein skidorpje en is in de zomer inderdaad half verlaten (mijn hostel was zo leeg dat het wel wat weg had van ‘The Shining’... heee, zie ik Jack Nicholson daar rondrennen met een bijl?? Maar, ik had wel voor het eerst in 2 maanden een kamer voor mij alleen! Whoohooo!!). Aangezien we geen zin hadden in al te vermoeiende en lange wandelingen door het nabijgelegen Tongariro National Park, hebben we de volgende dag een wandeling gemaakt die meer weg had van een modder-gevecht aangezien het pad een half opgedroogde rivier was. Na een uurtje geworsteld te hebben om geen vieze voeten te krijgen (mislukt) en als Tarzan via de bomen de modder proberen te ontwijken, hebben we het opgegeven en zijn we ’s middags naar een heuse privé club gegaan voor een biertje. Wat voor club het nu precies was werd ons niet helemaal duidelijk, maar er zaten 5 mannen de ene kan bier na de andere kan bier weg te drinken en we waren er toch wel redelijk van overtuigd dat die 5 auto's op de parkeerplaats bij ze hoorden...
Nadat Lex & Lous de volgende dag vertrokken, besloot ik ’s ochtends vroeg toch een poging te wagen om de 19,4 km lange Tongariro Alpine Crossing te lopen. In deze omgeving is een groot gedeelte van de film Lord of the Rings opgenomen (ik heb deze film overigens samen met de chauffeur van de shuttle bus hard lachend nog flink de grond in zitten boren, totdat we tot de conclusie kwamen dat die stille Duitser achterin de bus waarschijnlijk speciaal vanwege zijn fetisj voor de film naar deze plek was gekomen). Samen met de Zwitserse Patricia uit mijn hostel heb ik de track in zo'n 7 uurtjes afgelegd en ik moet zeggen…als dat mietje van een Frodo nou niet de hele tijd gillend als een meisje voor monsters aan het wegrennen was geweest en even stil had gestaan en om zich heen had gekeken, dan had hij net als ik de meest prachtige landschappen gezien. En deze dag was het slechte weer dan voor 1 keer een pluspunt, want door de laaghangende bewolking leek de omgeving wel buitenaards! Kraters, turqouise meren, over de rotsblokken bergen opklauteren terwijl je door de wolken heen je voorganger amper nog ziet...Een hele gave tocht!
Na nog een stukje meegelift te hebben met Patricia en haar moeder, ben ik doorgereisd richting Rotorua, het stinkstadje van Nieuw-Zeeland. Je loopt er de hele dag rond met de vraag ‘Zeg, heeft er hier soms iemand een windje gelaten?’. De locals hebben hier echter geen last van teveel maaggas (of misschien ook wel, ik heb geen theoretisch bewijs), maar het heeft te maken met het enorm actieve vulkaangebied waarin dit plaatsje ligt. Het stinkt er dus de hele dag naar rotte eieren, oftewel zwavel (dus mocht je last hebben van teveel maaggas, dan is dit toch wel de ideale plaats om je huisje neer te zetten...). En aangezien ik dit zo’n heerlijk luchtje vind (ahum), ben ik het nog eens van dichterbij op gaan zoeken in het Wai-o-Tapu Thermal Wonderland. Een park vol met vulkanische meren, geisers, bubbelende modderpoelen en dampende grotten. Eerste attractie in het park is Lady Knox geiser, een geiser die elke dag op gehele natuurlijke wijze om 10.15 de lucht inspuit. Ja, dat natuurlijke tijdstip van 10.15 heeft in de verste verte niet te maken met de man van het park die na een praatje naast de geiser om 10.14 een poedertje in de geiser gooit waardoor deze 1 minuut later geheel natuurlijk omhoog spuit. Beetje jammer….en ook de gebouwde tribune vol met flitsende Japanners rondom de geiser werkte bij mij wat op de lachspieren. Maar toch, spuitende geiser…CHECK! Het park (‘zeg, wie heeft er hier een windje gelaten!!!’) is verder inderdaad een grote borrelende, dampende plek waar je vol verbazing rondloopt. Hoe is het mogelijk dat daar beneden in die grot kokende modder omhoog spuit en dit meer waar ik nu naast sta 70 graden celcius is? Onwaarschijnlijk, wat is de aarde toch mysterieus!
Vervolgens door richting Auckland, waar ik eigenlijk bijzonder weinig gedaan heb, behalve een bezoek aan een veel te dure kapper op mijn toch al te krappe backpackers-budget (kon me even niet inhouden), een avondje met een 3D bril in de bioscoopstoel kijkend naar Avatar (die ik verrassend goed vond) en een bezoekje aan het Auckland museum, waar ik geleerd heb dat er in Nieuw-Zeeland vroeger vogels van 3 meter hoog rondliepen (jaiks) en het een kwestie van tijd is voor er in en rondom Auckland een vulkaanuitbarsting gaat komen. Ze hebben in het museum een huiskamer nagebouwd, waarin je kunt voelen hoe het is wanneer er vlakbij een vulkaan uitbarst…Goed, tijd om weg te gaan uit deze tikkende tijdbom!!!!! En dus een ritje met de bus richting the Bay of Islands in de noordelijke punt van het eiland. Helaas is dit schijnbaar prachtige gebied een treurige bedoeling in deze ellendig slechte zomer (schijnbaar de slechtste in 30 jaar...dankuwel...) en regent en waait het hier op dit moment zo hard dat ik met mijn parapluutje niet rechtop kan blijven lopen. Helaas geen boottochtje voor mij dus vandaag en dat is de zoveelste activiteit die ik niet kan doen vanwege het slechte weer (jaja, ik weet het…jullie zitten in de sneeuw en zouden graag met me willen ruile, blablabla...

Nadat de shuttle bus me op kwam halen, realiseerde ik me bij het tellen van het aantal grijze koppen dat we hier te maken hadden met een zogeheten ‘5 uur-show-op-reis’ tourtje…. Ja, men had de senioren-pas volgens mij even flink laten vonken en ik trok de gemiddelde leeftijd in de bus flink naar beneden! Op naar de Maori Treasy Ground in Waitangi, een historische plek voor de Maori, aangezien hier de Waitangi Treaty (overeenkomst waarin Maori en de Europeanen verklaren het land ‘eerlijk’ met elkaar te zullen delen) is getekend. We worden bij het Maori Meeting House opgewacht door gillende Maori strijders die een traditioneel welkom opvoeren waarin wij bezoekers als nieuwkomelingen worden onderzocht op onze bedoelingen. En nadat onze ‘leiders’ (drie arme mannen die, al tegenstribbelend en door hun vrouwen naar voren geduwd, uit de groep werden gehaald en zich als onze stamhoofden moesten voordoen) hun neuzen tegen die van de Maori hadden gedrukt, mochten we het huis binnen en kon de voorstelling beginnen. De regisseur zei aan het begin van de voorstelling zonder enige vorm van bescheidenheid dat dit een avond zou worden die we nooit zouden vergeten en dat we aan de hand van de voorstelling een duidelijk beeld zouden krijgen van de geschiedenis van de Maori. Hoe het verhaal nu precies in elkaar steekt weet ik niet precies meer, maar die Maori mannen in rokjes en ontbloot bovenlijf zal ik inderdaad niet snel vergeten

Morgen zit mijn avontuur er in Nieuw-Zeeland alweer op en vlieg ik richting Fiji voor hopelijk een paar heerlijke daagjes ZON, zee, strand! Daarna probeer ik in de USA weer even achter een computer te duiken om jullie nog even lastig te vallen met een van de laatste updates van mijn reis. Het zit er alweer bijna op!
God's toverstafje...
Na het vertrek vanaf Sydney, zette de piloot 3 januari ons toestel zo’n drie uurtjes later na een wel heel erg hobbelige landing (ieks! Ivo had het vast strakker gedaan!) aan de grond in Nieuw-Zeeland. Whohoooo! Ik ben in het land wat al zoveel jaren enorm hoog op mijn verlanglijstje staat, wat een vreemd gevoel! Na een paar keer keihard gelogen te hebben op de aankomstkaart (bent u de afgelopen tijd op een boerderij geweest? Euh….nee hoor! Hebt u de afgelopen tijd gekampeerd? Euh…nee hoor!), werd me bij de douane gevraagd of ik ook loopschoenen bij me had en of ik deze eventjes uit mijn backpack zou willen halen. Nieuw-Zeeland is ongelooflijk streng in haar beleid om het unieke ecosysteem zo zuiver mogelijk te houden en daarom werden mijn schoenen na een kritische blik van de douane-beambte door deze beste meneer even flink onder de douche gezet. Ik zou maar een stukje Australië onder mijn voetzool hebben zitten! Goh, wat een vriendelijke land is dit, zei ik tegen de beste man toen hij mij weer met mijn schoenen herenigde, mijn schoenen hebben er het afgelopen half jaar niet zo schoon uitgezien! Een gezellig welkom in dit bijzondere land.
Nadat ik op het vliegveld van Sydney uit de rij werd gehaald voor een willekeurige, extra inspectie (ik heb natuurlijk ook een erg crimineel hoofd), ontmoette ik Martijn, een Nederlandse jongen ook op weg naar Christchurch, NZ (hoezo willekeurig deze inspectie? Legt u maar eens uit waarom net de enige twee Nederlanders uit het vliegtuig nu naast elkaar staan met gespreide armen en benen). Martijn en ik besloten samen een hostel te zoeken in de stad en nadat mijn reisplannen met de Zwitsers (uit Australië…weet je nog?) de volgende dag niet levensvatbaar bleken, stelde ik Martijn voor samen een auto te delen om dit juweeltje van een land van dichterbij te gaan bekijken.
En zo gingen we de volgende ochtend vroeg op zoek naar een huurauto en kwamen we er na zo’n 4 verhuurbedrijven achter dat het niet erg makkelijk is wanneer je in de drukste tijd van het jaar verwacht binnen 5 minuten een auto te vinden. Maar ‘The Secret’ werkte ook nu en nadat ik non-stop bleef geloven (tegen Martijn’s beter weten in) dat we echt snel een auto zouden vinden, hadden we al gauw beet. Met onze strakke bolide (de kleur letten we maar niet teveel op…‘met een witte blijf je zitten’) waren we na wat boodschapjes al snel op weg. Het is moeilijk je ogen op de weg te houden in een land als Nieuw-Zeeland en dus staan we de eerste dag (en eigenlijk alle daarop volgende dagen) zo’n beetje na elke bocht op de rem (uiteraard niet vlak erna, zou niet handig zijn he?) en staren met open mond naar het uitzicht voor ons om vervolgens meteen als ware toeristen achter de camera te duiken. Ik moet mezelf er al mijn hele reis toe dwingen om eerst rustig zelf te genieten van wat ik zie, voordat ik meteen mijn camera voor mijn gezicht duw, maar het blijft een valkuil. Voor je het weet zie je thuis op je computer pas wat je nu eigenlijk precies gezien hebt! Maar goed, we gapen die eerste dag dus wat af en Nieuw-Zeeland springt direct de top 3 in van landen met de meest schitterende natuur die ik ooit gezien heb! Het is zelfs zo mooi dat je er gewoon op een gegeven moment de slappe lach van krijgt wanneer je weer tegen elkaar brult hoe ongelooflijk mooi het uitzicht wel niet is.
Nieuw-Zeeland (Aotearoa in het Maori), dat land aan de andere kant van de wereld (Duitsland schijnt ten opzichte van hier overigens precies aan de andere kant van de aardbol te liggen) dat als eerste Europeaan door de Nederlandse Abel Tasman is aangedaan en vanuit origine bewoond wordt door de Maori. Een land dat 8 maal groter is dan Nederland, maar met 4 miljoen inwoners slechts ongeveer een kwart van het aantal inwoners telt (de kans dat je in dit land een schaap tegen het lijf loopt is vele malen groter dan een ontmoeting met een medemens). Nieuw-Zeeland ligt ongelooflijk geïsoleerd (met als meest nabije buren oa Australië en Fiji) en heeft om deze reden een uniek ecosysteem (wat ik met mijn schone schoentjes hier netjes in ere houdt…Hoewel ik tot mijn spijt wel moet toegeven dat een grote vogel een nadere ontmoeting met mijn bumper niet heeft overleefd en NZ het dus op dit moment met 1 vogel minder moet doen...Sorry...). Ja, God heeft hier flink met zijn toverstafje in de rondte staan zwaaien een aantal jaartjes geleden…en van deze kunsten is momenteel eenderde beschermd in nationale parken. Naast bergketens, azuurblauwe meren, gletsjers, vulkanen en fjorden is ook de fauna in Nieuw-Zeeland ongelooflijk divers, van de beroemde kiwi-vogel tot aan het dolfijnen, walvissen, pinguïns en zeehonden.
We rijden via de Banks Peninsula bij Christchurch verder landinwaarts richting Lake Tekapo, vanaf waar je Mount Cook kunt zien, de hoogste berg van Nieuw-Zeeland (3725m). Daarna vervolgen we onze weg richting de oostkust, waar we rondom Dunedin en de Otago Peninsula onszelf door het barre weer (onder invloed van Antarctica krijgen we ongelooflijke kou, regen en zelfs hagel voor onze kiezen! En dus meteen de winkel ingedoken voor wat warmere outfits!) een weg over het strand banen om pinguïns en zeeleeuwen te kunnen spotten. Vanuit onze schuilplek in de duinen wachten we bibberend op de massa’s pinguïns waarvan we denken dat ze binnen enkele seconden aan land zullen komen… Helaas blijft het die dag bij 1 pinguïn die schijnbaar wat solo is ingesteld en dus zonder al zijn maatjes het strand op komt hobbelen. Het zien van deze niet al te sociale pinguïn, toepasselijk door ons Remi genaamd, terwijl die zich al waggelend richting rotsen begaf, was trouwens wel ongelooflijk leuk! Pinguïn & zeeleeuwen…CHECK!
Vanuit Dunedin zijn Martijn en ik verder zuidelijk gereden en hebben via de Southern Scenic Route de meest zuidelijke punten van het zuider-eiland aangedaan. Hier komt de regen en wind dus echt rechtstreeks vanuit Antarctica aan wal en we hebben dan ook bagger slecht weer gehad (hoezo zomer in Nieuw-Zeeland??). De zuidkust moet spectaculair mooi zijn, maar met dit belabberde weer viel er niet bijster van te genieten en dus waren we blij toen we weer wat verder landinwaarts en noordelijker konden reizen richting Te Anau. Dit plaatsje ligt in Fiordland en is de uitvalsbasis voor trips naar Milford Sound en Doubtful Sound. Fiordland is het grootste nationale park van Nieuw-Zeeland en is gevuld met schitterende fiorden. Bij Doubtful Sound maken we een ongelooflijke mooie boottocht, waarin we door de fjorden heen naar de Tasmaanse zee varen. Onderweg zien we zeeleeuwen, zeehonden en als slagroom op de taart ook nog eens een groep dolfijnen die rondom de boot langzaam langs ons zwemmen.En als leuk extraatje bezoeken we op de terugweg een electriciteitscentrale die zich op 200m diepte onder een berg bevindt. Niet echt aan te raden voor de mensen met claustrofobie onder ons (de buschauffeur gaf mensen vantevoren de keuze of je uit de bus wilde stappen ja of nee), maar ik vond het erg leuk om te zien.
Na de Sounds zijn we verder gegaan richting Queenstown en Wanaka, de adrenaline steden van Australië. Bungee jumpen, skydiven, raften…je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt het er doen. Na heel veel gepeins en gepieker over de mogelijkheid tot het springen van een brug of uit een vliegtuig, heb ik me neer moeten leggen bij het feit dat ik geen adrenaline-junkie ben. Deze dingen zijn gewoon niet aan mij en mijn iets te zwakke hart en knikkende knieën besteed en dus heb ik ze aan me voorbij laten gaan. En aangezien we ons om deze reden toch wel een klein beetje zwakjes vonden, hebben we de schitterende natuur rondom Queenstown en Wanaka na een paar dagen achter ons gelaten en zijn we doorgereden richting de westkust van het eiland om te stoppen bij twee van de grootste gletsjers van het land, Fox Glacier en Franz Josef. Deze laatste hebben we beklommen tijdens een dagtocht en persen ons met spikes onder de schoenen door dunne ijsspleten, balanceren over door onze gids uitgehakte trappen en lunchen halverwege de gletsjer op het ijs met onze bammetjes met pindakaas. Wat een ongelooflijk uitzicht en wat bijzonder om te voet een gletsjer op te gaan!
Via Arthur’s Pass hebben we vervolgens de weg gevonden terug richting Christchurch om onze huurauto om te wisselen voor een kleinere versie. En op de parkeerplaats van het verhuurbedrijf komt de samenreis-periode tussen Martijn en mij tot een abrupt einde als we ter plekke concluderen dat onze karakters toch te ver uit elkaar liggen om nogmaals twee weken met elkaar op reis te gaan. Met name het feit dat Martijn rijdt en navigeert als een vrouw en ik als een kerel, bracht langzaamaan wat barstjes in de relatie. En toen we bij aankomst een blokje om moesten rijden omdat we het verhuurbedrijf voorbij reden (en wat doe je als je gemiste doel zich aan je rechterhand bevindt? Juist oplettende lezer, dan sla je vier keer rechtsaf om het nogmaals te proberen) en Martijn na de eerste keer rechtsaf te zijn geslagen niet meer wist wat hij bij de volgende kruising moest doen, was onze break-up dan echt een feit. En dus bevond ik mij aan het einde van de middag alleen in de nieuwe huurauto op weg naar Akaroa. Dit lieve, kleine autootje (door mij inmiddels omgedoopt tot Treesje) heeft wat moeite om de berg op te komen (soms denk ik serieus dat ik moet uitstappen om haar al duwend een handje te helpen), maar ondanks haar imperfecties hou ik toch van haar. En ik geloof dat de liefde wederzijds is. En dus zijn Treesje en ik gezellig richting Akaroa getufd op weg naar een wel heel bijzondere ontmoeting. De volgende dag ben ik namelijk gaan zwemmen met de Hector’s dolfijnen, een met uitsterven bedreigde dolfijnsoort die enkel in Nieuw-Zeeland voorkomt en waar er naar schatting nog maar zo’n 7500 van rondzwemmen.
Zwemmen met dolfijnen in het wild is een speciale ervaring aangezien de gehele ontmoeting verloopt op basis van de wil van de dolfijnen. Hebben ze zin om met je te komen spelen, dan komen ze naar je toe. Hebben ze eventjes geen trek in je, dan dobber je voor Jan met de korte achternaam in je wetsuit in het water rond. Na een aantal mislukte pogingen (en een gids die al begon te praten in termen van verontschuldigingen voor onze pech), bleek onze laatste mogelijkheid dan succesvol! Terwijl we met z’n vieren in het water lagen, werden we opgezocht door zo’n 5 of 6 dolfijnen. Ongelooflijk om in het water te liggen samen met deze geweldige dieren! En ze komen echt naar je toe, zwemmen recht op je af en dan een beetje rondjes om je heen. Ik heb met open mond in het water gelegen en vond het helemaal fantastisch om deze dolfijnen van zo dichtbij te kunnen zien. Je kon ze bijna aanraken (wat overigens niet mag vanwege hun gevoelige huidjes) en wanneer je door je snorkel heen onder water liedjes begon te zingen, was je direct hun grootste vriend. Wat een ervaring…
Na deze bijzondere ontmoeting en nog een extra middagje in het heerlijke Akaroa, tuften Treesje en ik samen verder richting het noorden naar Kaikoura. Dit plaatsje aan de oostkust van het eiland staat bekend om haar uitbundige maritieme leven en dus de uitgelezen kans om ook walvissen eens van dichterbij te gaan bekijken. En dat is precies wat ik vanmorgen gedaan heb! Om 6 uur mijn bedje uit om al vroeg met de boot het water op te kunnen. En wat was de trip in eerste instantie een feestje (ahum!)! Een Aziatische die het spits afbeet waarna de halve boot in stereo haar ontbijt in de aangeleverde zakjes deponeerde, mompelende en schreeuwende mongooltjes (tsja, die willen natuurlijk ook walvissen zien), huilende kinderen en mijn eigen maag die door de ruige zee ook af en toe een dansje maakte…. Ja, het was een fijne trip terwijl de crew hard haar best deed walvissen te spotten via de supersonische apparatuur aan boord.
Het spotten van deze walvissen is namelijk niet altijd even makkelijk, gezien het grote gebied waarin ze leven en het feit dat deze beesten zich zo’n drie kwartier lang op grote dieptes bevinden om zich vervolgens zo’n 5 tot 10 minuutjes aan de oppervlakte van het water te laten zien om hun eten te verteren. De walvissen waar het om gaat zijn zogenaamde ‘Sperm Whales’ en voordat je denkt dat de ME met haar waterkanonnen wellicht nog een puntje zou kunnen zuigen aan deze beesten, moet ik je (helaas) melden dat de naam onterecht is. De 2,5 ton (!) aan vloeistof die deze beesten in hun hoofd met zich meedragen is namelijk geen sperma (zoals onderzoekers in eerste instantie aannamen, vandaar de naam), maar een andere vloeistof waarvan nog altijd niet duidelijk is waar deze nu precies voor dient.
In ieder geval zijn deze walvissen de grootste walvissen met tanden die er bestaan en kunnen tot wel 20,5 meter lang worden. En na wat rondgevaren te hebben lukte het de crew om drie walvissen te vinden waar we met de boot naast dobberden terwijl we vanaf het bovendek naar deze enorme dieren konden turen. Ongelooflijk, wat een beesten! En als ze naar beneden duiken en hun staart de lucht inslaan…dan voel je je als mens eventjes heel erg klein…
Nou mensen, ik heb jullie wel weer lang genoeg achter de computer gehouden! Excuses alvast voor de enorme berg aan foto’s die ik gepost heb, maar ik wil jullie al het moois niet onthouden (en heb van een hoop lieve mensen lekker fotoruimte cadeau gekregen om te gebruiken!). Treesje en ik gaan de komende twee weken samen langzaamaan richting het noorder-eiland om vervolgens begin februari vanaf Auckland richting Fiji te vliegen (nou ja, ik dan…Treesje blijft hier).
Dikke kus!
Met de camper naar Sydney
Dag lieve mensen,
GELUKKIG NIEUWJAAR!!!!
Dat 2010 voor ieder van jullie maar een prachtig, machtig, avontuurlijk, gezond en heerlijk jaar mag worden! Nu alle oliebollen opgepeuzeld, rotjes opgeknald, vuurpijlen afgestoken, champagne glazen leeg gedronken en katers uitgeslapen zijn, hoop ik dat jullie weer klaar zijn voor een flinke update vanuit Down Under... Scrol eventjes naar beneden en als je denkt dat je het nog eventjes niet aankan, kruip dan nog even lekker terug je bedje in om die laatste restjes 2009 uit je lichaam te krijgen en kom morgen nog eventjes een kijkje op mijn weblog nemen (of overmorgen...dat mag natuurlijk ook)

Goed, nu de nieuwjaarswensen uit de weg zijn, neem ik jullie weer eventjes mee terug naar vorig jaar (ja, het is lang geleden, ik weet het...) en wel naar 24 december 2009 om precies te zijn. Die datum stond ik namelijk in Brisbane op het treinstation te wachten op Sanne & Nick. Beetje zenuwachtig, dat wel hoor, toch gek als je je vriendjes al zo lang niet live gezien hebt. En dan staan ze opeens in Australië voor je neus! Maar goed, zoals dat gaat met echte maatjes was het binnen een paar tellen al alsof we elkaar gisteren nog gezien hadden en dus konden we meteen overgaan tot ‘business'... onze camper opspeuren! Nick had na uren achter internet (dankjewel Nick!!!) een Wicked campervan weten te regelen. Wicked is een bedrijf dat een aantal oude, gammele bestelbusjes door graffiti artiesten (of in sommige gevallen schijnbaar beginners) laat beschilderen en vervolgens backpackers hopen geld laat betalen om in deze gammele, maar oh zo hippe busjes te mogen rijden. Maar zo'n gammele bus is natuurlijk wel onderdeel van een echte Ozzie ervaring en dus super om eens mee te maken! Een taxi ritje later stonden we bij Wicked campervans voor de deur en na wat wachten, een aanbod tot naakt poseren voor de camper in ruil voor 1 dag gratis huur (pardon, mijn naakte lijf is toch wel wat meer waard dan 80 dollar!!), een kleine (nee, eigenlijk grote) teleurstelling over de depressieve zwarte print op onze bus (Waarom mogen wij die bus niet met geschilderde copulerende kangaroes op de zijkant? Die is toch veel gezelliger?), het verkopen van een nier (shit, dat was mijn laatste...) om de huur van de bus te kunnen betalen, het leegroven van het kastje met achtergebleven praktische goedjes van vorige huurders en het half aanhoren van de halfslachtige instructies, konden we op weg. Nick achter het stuur en Sanne & Margot er als coaches aanmoedigend naast. Dat valt niet mee om aan de linkerkant van de weg te rijden met het stuur rechts! Je linkerhand die tegen de rechterdeur aan blijft tikken wanneer je wil schakelen, de ruitenwissers die aangegooid worden wanneer je toch echt van plan was richting aan te geven, je linkerhand die de 3e versnelling maar niet lijkt te kunnen vinden omdat ‘ie nog nooit een versnellingspook van dichtbij heeft gezien, etc.etc.... Grootste probleem de eerste paar meter was echter nog Nick's gigantische lachbui om zijn eigen rijgedrag. Gelukkig heeft hij gierend als Gerard Joling en met de tranen in zijn ogen nog wel de eerste benzinepomp weten bereiken om daar even op adem te kunnen komen.
Goed, vervolgens serieus geprobeerd Brisbane uit te komen en daar heb je als rechtsrijdende Europeaan in eerste instantie toch echt wel even drie paar ogen voor nodig. Nadat de bus middenop een helling opeens niet meer wilde starten, de moter 6x afsloeg, we nog 1x door rood zijn gereden en 20x verdwaald zijn...waren we dan eindelijk op weg! Whohoooo!! Eerste stop...Surfer's Paradise (jaiks, daar kan het volk van Scheveningen nog een puntje aan zuigen...snel doorrijden dus!). Aangezien we die eerste dag nou niet direct de snelsten waren, viel de avond al snel en dus op naar een camping. Direct met ons neus in de boter...een superschone camping MET een half uurtje na onze aankomst een bezoekje van de kerstman! Gezelligheid! Goed, dan maar eens die camper van binnen bekijken. Ok, waar bevind zich die 3e slaapplek? Oh, dit matrasje van 1.50m is alles wat we tot onze beschikking hebben? Uhm...ok...geen probleem...we zijn goede vrienden... We geven elkaar gewoon even een seintje als we 's nachts willen omdraaien en doen dat dan gewoon klassikaal. Arme Sanne in het midden, de hele nacht aangestoten door een elleboog van Margot of een knie van Nick. En als ze daar niet wakker van werd, dan was het wel van het stereo gesnurk dat aan weerszijden door de bus galmde. Ook de flinterdunne matrasjes bevorderden de slaaprust niet echt, maar ook dit hebben we in een half uur durende hysterische lachbui prima met elkaar verwerkt! We zijn toch ook gewoon veel te oud voor dit soort onzin??? (Nou ja, ik dan...) Ja, het was even goed passen en meten (met tassen op de voorbank tot het plafond toe opgestapeld), maar na een gruwelijke nacht werden we op kerstochtend toch vrolijk wakker. En dat kerstgevoel hebben we vast weten te houden door de twee daarop volgende dagen in Byron Bay en Coffs Harbour non-stop met onze kerstmutsen rond te lopen (De kleine Aziatische mutsjes die Sanne & Nick mee hadden genomen bleken op onze Hollandse koppen niet te passen, maar de XL Australische versies die Margot had aangeschaft zaten zelfs met 25+ graden op de teller prima!). Nooit gedacht dat een kerstmuts op het strand nog eens van pas zou kunnen komen tegen de zon! Handig hoor! Pas alleen in de zee wel op dat je jezelf niet keer op keer met het witte bolletje van de muts (inmiddels loodzwaar vanwege het water) in je oog blijft slaan terwijl je in de golven aan het rond spartellen bent. Dat doet namelijk pijn. AUW! Toch een design foutje van die mutsjes zou ik zeggen...

De ene na de andere gezellige camping kwam op onze rit voorbij, met als absoluut hoogtepunt een camping bij het plaatsje Kempsey. Stel je voor...non-stop regen (ja, we hebben vijf dagen lang helaas niets dan regen gezien), een verlaten camping aan een drukke doorgaande weg...alleen maar vaste sta-caravans, de een nog ranziger en treuriger dan de andere...en vaste bewoners die om 4 uur 's middags al stomdronken waren (en als we om 12 uur 's middags aangekomen waren, was dat plaatje niet anders geweest vermoed ik zo). 's Ochtends ontbijten naast de douches met op de achtergrond het charmante geluid van een van de bewoners die het nodig vindt tijdens zijn ochtend-douche zijn longen op te hoesten en de gehele inhoud in een 20 minuten durende sessie door het douche-putje staat te spugen. Heerlijk! Na een venijnige opmerking vanuit mijn zijde ('Goedemorgen? Nou, zo'n goede morgen is het niet meer nadat ik u in de douche aangehoord heb beste meneer!'), kwam deze bewoner zich eventjes later verontschuldigen. Het stadje heeft enorme problemen met drugsverslaafden, waar hij er vanaf zijn 10e een van is geweest, en na een heel leven vol met sigaretten ziet hij het vooruitzicht van een ziekte niet zitten. En dus is zijn theorie dat het dagelijks luidruchtig en grondig schoonmaken van zijn longen hem hiervoor zal behouden. Jaja...wil iemand het adres van deze camping hebben??? Maar goed, gezelligheid kent geen tijd en dus hebben we ons toch echt wel prima vermaakt op deze camping waar Australië echt trots op mag wezen! En van fluffige dronken camping-bewoners de volgende dag door naar de fluffige inwoners van het koala ziekenhuis in Port Macquarie. Dit ziekenhuis vangt zieke koala's op om ze vervolgens als dat lukt te rehabiliteren en opnieuw in het wild uit te zetten. Een goed doel en aangezien ik nog niet eerder een koala had gezien, was ik erg blij met dit stopje op onze trip. Leuke beestjes om van dichtbij te zien hoor!
Na de eerste paar dagen op campings met heerlijke faciliteiten gestaan te hebben, werd het natuurlijk ook een keertje tijd om de echter backpacker ervaring aan te gaan en op de pof te leven. En dat hebben we de laatste twee dagen dan ook gedaan. In Newcastle genoten we als ‘flashpackers' nog van een heerlijk en dure maaltijd, om vervolgens onze camper voor de nacht op uitnodiging van de ober bij hem in de achtertuin te parkeren. Na wat biertjes met zijn huisgenoot, een heerlijke gratis douche voor Margot, 1001 plasjes in de achtertuin (ja, de deur van het huis zat 's nachts en 's ochtends op slot...excuses...maar misschien wel goed voor je plantjes?) gingen we de volgende ochtend op weg naar Hunter Valley. Het favoriete dagje van onze wijnliefhebber Nicolaas! Een prachtige streek zo'n 2 uur rijden bij Sydney vandaan, waar we heerlijke wijntjes hebben geproefd (hik!), gekocht (uiteraard Nick) en waar Sanne & Nick hun eerste kanagaroes in het wild hebben gezien. Whoohooo! Kortom, een geslaagd dagje! En dat geslaagde dagje werd in stijl afgesloten door het bemachtigen van een gratis overnachtingsplekje achter de lokale kroeg! Gratis gebruik van de wc's in ruil voor het consumeren van een biertje aan de bar. Nou, da's natuurlijk geen straf en met een potje darts erbij was de avond snel gevuld.
En de volgende dag was het dan zover...we reden via de Harbour Bridge langs het opera gebouw en de skyline het machtige Sydney binnen! En het was liefde op het eerste gezicht! Wat een geweldige stad! En die stad hebben we op mijn verjaardag van onder tot boven bekeken zonder afstand te doen van onze kartonnen feestmutsjes (die Sanne en Nick voor de gelegenheid aangeschaft hadden). Met feestmutsjes in de wind bovenop de hop-on-hop-off bus viel nog niet altijd mee, maar ze overleefden het heerlijke dagje prima om 's avonds mee de kroeg in de te kunnen voor een verjaardagsdrankje. Een gezellige avond waarbij Rianne (mijn kamergenoot in Sydney), Katia (mijn Zwitserse vriendinnetje van de Whitsundays zeiltrip), Katia's nichtje en Lous & Lex ook aanhaakten. Kortom, een heerlijke verjaardag gehad!
Toevallig genoeg was het ook dit jaar de dag na mijn verjaardag tijd voor Oud&Nieuw en dat begint hier in Sydney al vroeg! Om een goede plek te veroveren om het vuurwerk te bekijken, moet je al in de vroege uurtjes op pad. Wij besloten dat 11 uur 's ochtends een prettige tijd zou zijn en vertrokken met een hapje en drankje richting het Mrs Macquirie Point, een park met uitzicht op de brug en het opera huis. En we waren niet de enigen! Jaiks! Na drie uur in de rij gestaan te hebben en het zoeken naar een plekje met uitzicht tussen de bomen door (dat viel nog niet mee), hadden we ons om half twee naar onze zin geïnstalleerd. Dat betekent dus tussen alle anderen tien uur lang op je kleedje liggen, wachtend op het grote moment. En dat is er in Sydney 2 keer. Het eerste vuurwerk is om 9 uur 's avonds speciaal voor de kinderen (leuke onderbreking van zo'n lange wachttijd), waarna om 12 uur het wereldberoemde vuurwerk de lucht inschiet. Nog nooit zo lang met oud&nieuw zitten wachten natuurlijk en dus bouwen de verwachtingen zich op en worden ze groter en groter. Tsja, en dan valt het vuurwerk om middernacht heel eerlijk gezegd toch een heel klein beetje tegen. Het klinkt verwend....ik weet het. Misschien lag het aan de bomen die ons zicht blokkeerden, misschien lag het aan de torenhoge verwachtingen of het gebrek aan feeststemming dat we toch echt wel verwacht hadden. Ik weet het niet, maar een klein beetje teleurstelling kon ik niet verbergen. Maaaaaaar, niet getreurd om mij hoor, ik heb een hele leuke dag gehad en oud&nieuw in Sydney is een ervaring op zich!
En met deze mooie ervaring in mijn achterzak is het vandaag alweer tijd om Australië na zes weken gedag te zeggen en op weg te gaan naar haar buur Nieuw-Zeeland! Vanavond vlieg ik naar Christchurch op het zuidereiland en deel ik een tijdje een auto met Katia en haar vriend. Samen gaan we al het geweldige natuurschoon bekijken en dat wordt denk ik opnieuw een hoogtepunt van de reis! 2010 begint dus heerlijk hier aan de andere kant van de wereld!
Dikke kus en tot gauw (het duurt nu nog maar een paar weekjes tot ik alweer thuis ben...)
xxx
Op de surfplank en in de 4WD...
Trouwe weblog-lezers van me!
Hebben jullie allemaal al een keer een uitglijer gemaakt over de dikke pakken sneeuw? Vast komen te zitten met je auto? Startproblemen? Niet op tijd op je werk vanwege gebrek aanfunctionerende treinen en bussen? Hoor dat het in jaren niet zo hard gesneeuwd heeft als dit jaar! Dat wordt een witte kerst vrienden! Heerlijk hoor!
Ik hou me hier in het zonnige Australie met HELE andere dingen bezig. Zoals surfles in het plaatsje Agnes Water! Nadat Marlous, Lex en ik ons weg hadden weten te rukken van de gezelligheid van de boerderij (Myella Farm, weet je nog?), zijn we een paar uurtjes verder zuidelijk gereisd naar het kleine plaatsje Agnes Water. Aangekomen bij de busstop dachtten we in eerste instantie dat we naast een benzine-station aan de rand van de stad gedropt waren, maar niets bleek minder waar...we bevonden ons in down town Agnes Water! Om je een idee te geven...een supermarktje, een bakker, een benzinepomp, anderhalve paardekop EN een surfshop. Joehoe, surfen! Dat stond op mijn lijstje als een van de 'musts' van mijn reis langs de oostkust. Helaas is het overal behoorlijk duur en ik had er geen trek in om 100 euro neer te leggen voor 1 uurtje surfles. Maar in Agnes Water is het nieuws schijnbaar nog niet doorgedrongen dat toeristen bereid zijn dit soort bedragen neer te leggen en dus konden we onze kontjes drie uur lang op (of beter gezegd naast) een surfplank neerplanten voor het luttelige bedrag van zo'n 10 euro. Kijk, daar wil je het wel eens voor uitproberen!
Maar niet voordat we ons de eerste dag in Agnes Water eventjes lekker op het strand neer vleiden, er moet naast hard werken (ahum) tijdens zo'n reis immers ook genoten worden!

Maar goed, de volgende dag was het tijd voor onze eigen surfles! Met zo'n 40 andere kneusjes (ja, het kost maar 10 euro he? Dus persoonlijke aandacht moet je niet verwachten voor die prijs) werden we in surf-shirtjes (oeh....sexy) gehesen en hobbelden we met onze surfplanken als wanna-be surfers over het strand (Ja, je krijgt er stiekem toch een klein beetje een 'Some people stand in the darkness!'-gevoel van) . Eerst maar even oefenen op het droge en dus kregen we op het strand de basis uitgelegd van een echt Ozzie. Klinkt redelijk simpel....peddelen, peddelen, peddelen en dan op het juiste moment vanuit liggende stand zo op je pootjes springen. Laten we dat eerst eens even op het zand oefenen! Peddelen, peddelen, peddelen (graaiend door het zand met je handjes naast de surfplank) en 3...2...1...SPRING! Mmmmm....misschien heb ik mijn balans vanmorgen op mijn nachtkastje laten liggen, want zelfs op het stabiele zand zwalk ik van links naar rechts heen en weer op die plank. Dat wordt nog gezellig op het water dadelijk. Nog een paar keertjes oefenen dan maar en dan toch echt het water in.
En dus lagen we niet veel later met ons klasje liggend op onze plankjes over onze schouder te kijken, wachtend op de goeie golf (alhoewel we natuurlijk geen idee hadden waar we nu precies op moesten letten). Gelukkig vertelden onze drie instructeurs, terwijl ze de achterkant van je plank voor je vasthielden (als je tenminste de mazzel had bij ze in de buurt te liggen) wanneer zo'n grote jongen eraan kwam en begonnen ze hard tegen je te roepen 'peddelen, peddelen, peddelen!'. Dan gaven ze je nog een extra zetje mee en terwijl je met de golf werd meegeduwd, hoorde je het sein 'STAND UP....STAND UP'. Ja, makkelijker gezegd dan gedaan vriend!

Maar goed, de les was natuurlijk niet alleen maar kneuzig, want onder luid gejoel van de instructeurs (deden ze in mijn wereldje natuurlijk alleen bij mij, omdat ik zo'n geweldige leerling was) heb ik toch wel zo'n 4-5 keer staand op mijn plankje het strand bereikt! Dat is, even omrekenen, toch zo'n 2 keer per uur! Haal daar de tijd vanaf die ik uithijgend op het strand heb gestaan en dan kom je toch uit op zo'n 1x per kwartier! Helemaal niet slecht, al zeg ik het zelf! In ieder geval een triomfantelijk gevoel om die plank ook eens onder je voeten te kunnen voelen! Hoewel je dus direct weer met je voorhoofd het water raakt op het moment dat je je erover iets te trots gaat voelen en je jezelf op dat bord nog eens extra oprekt zodat ook de achterste rij op het strand je eens goed kan bekijken....
Ja, surfles was erg gezellig en een mooie belevenis! Maar niet iets om een week lang achter elkaar te doen (denk dat mijn spierpijn dan de spierpijn na de klim op Mount Rinjani zou gaan evenaren) en dus tijd voor de volgende stop van de reis in de vorm van Fraser Island. En dus van de waterpret naar het grootste zand-eilandter wereld. Fraser Island wordt al jaren belaagd door toeristen, aangezien je er met eenself-drive tour lekker op eigen gelegenheid rond kunt crossen in een 4WD. Vantevoren had ik gepland een begeleide tocht te doen en niet met eenstel anderen zelf te gaan rijden, maar zoals dat gaat tijdens deze reis is ook van dat plan niets terecht gekomen. Zoals ik inmiddels gewend ben in Australie bleek elke tour namelijk alweer vol te zitten tegen de tijd dat Lous, Lex en ik over Fraser Island na begonnen te denken. En dus hebben we gauw een van de laatste plekjes in een van de jeeps bemachtigd waarmee we in drie dagen tijd Fraser Island vannachter het stuur konden gaan bekijken.
Aangekomen in Hervey Bay (de vertrekplaats van de meeste tours) ontvingen we onze briefing in het hostel en ik moet zeggen....deze mensen verdienen werkelijk een prijs hoe een tour zo onaantrekkelijk mogen te presenteren! Werkelijk, misschien tijd voor een lesje marketing???Anderhalf uur lang hebben we zitten luisteren naar een man die werkelijk niet 1x de woorden 'avontuur, gezellig, leuk, mooi, hebben jullie er zin in of fantastisch' uitsprak, maar in plaats daarvan zijn praatje vulde met termen als 'gevaar, ongeluk, dood, risico, verzekering, borg en regels'. Met name de woorden 'als je.....doet, raak je je borg kwijt' bleek een van zijn favorieten. Een aanraking met een boom, een tochtje door zout water, een deukjein de moterkap, een kapotte spiegel....ja, als je zelfs maar verkeerd aan je kont krabde of dacht aan verkeerd aan je kont krabben tijdens de tour waren ze al in staat om je borg zonder discussie in te houden! We vroegen ons aan het einde van zijn speech werkelijk af welk mens in godsnaam vrijwillig richting Fraser Island zou willen vertrekken! Maar goed, zijn praatje was uiteraard niet helemaal onzinnig, aangezien er zeer regematig toeristen zijn die staand de ferry richting het eiland nemen, maar liggend tussen vier plankjes met de ferry weer terugkomen (hopelijk was repatriering goed afgedekt in hun reisvezekering). Hetzelfde overkwam een paar dagen geleden nog een Japanner en ook de krantekoppen de dag van vertrek voorspelden niet veel goeds ('How many more will die?' stond er in grote, dikke, zwarteletters op de cover, met daaronder een foto van een gecrashte jeep....dus....). Ja, er gebeuren nogal eens ongelukken op Fraser Island. Meestal overigens volledig door de schuld van de bestuurder, aangezien ze met zo'n 120 km per uur over het strand denken te kunnen racen. En afgezien van Mitch Buchanon is er natuurlijk niemand die dat kunstje kan flikken!
Goed, na alle waarschuwingen en dreigementen aangehoord te hebben, was het tijd om onze medereizigers te ontmoeten. Nou, deze dolle bol bestond uit vier Duitse meiden, 1 Duitse jongen en 1 Nederlandse jongen (in een relatie met een van de Duitse meiden), waarvan ik me bji alle zes nog altijd afvraag of ze de vaardigheid van spraak bezitten. Het was drie dagen langdan ook pijnlijk stil in de jeep....afgezien van het constante geklets van Lous, Lex en mijzelf natuurlijk (ja, je wilt dieijzige stilte toch doorbreken...). De groeps-pret begon al in de supermarkt waar we met z'n negenen tot een boodschappenlijst moesten komen waar eenieder zich voor de komende drie dagen lekker mee zou voelen. Ja, een gemiddelde assessment-opdracht is er niks bij! Nou, al bij de groente-afdeling was duidelijk dat er zich opnieuw een Deutsche Freulein in ons midden bevond waar wij (en met name Lex) geen vrienden mee zouden gaan worden.
Maaaaaar goed, genoeg over Duitsers....op naar Fraser Island! Zoals gezegd het grootste zandeiland ter wereld en in mijn boekje op de nominatie-lijst voor het tweelingzusje van Texel (of welk ander Nederlands strand dan ook). Ja, daar komen we natuurlijk niet zover voor gereisd he? Heeee, daar loopt een Dingo! Ok, die hebben we in Nederland dan weer niet! Want dingo's zitten er veel op Fraser Island en die komen graag een kijkje nemen als jij je tentje voor de nacht aan het opzetten bent of je potje voor de avond aan het koken bent. Schijnen niet helemaal ongevaarlijk te zijn die gezellige viervoeters, hoewel ze er toch uitzien als de hond van je buren. We kampeerden dus tussen de dingo's met onze tentjes in de duinen van het eiland, terwijl we ons overdag met de 4WD vermaakten op het strand of beter nog: op een van de wegen die het eiland doorkruisten. Het strand (zeg maar de snelweg van het eiland....zonnebaden dus niet aangeraden...) was nog wel goed berijdbaar, maar die binnenwegen! Na maanden zonder regen is Fraser Island namelijk zo droog als....zo droog als....zo droog als....nou ja, Fraser Island met maanden zonder regen! En dat betekent dat je heel hard gas moet geven om vooruit te blijven komen, je ingewanden als gevolg drie dagen lang ergens tussen je oren hangen en je ondanks al je goede wil en stuurmanskunsten (ik heb de eer gemakzuchtig aan anderen overgelaten) om de paar meter vast komt te zitten en je auto uit moet graven. Soms stonden we met 5 auto's achter elkaar elkaar uit het zand te duwen, trekken of gillen. Ja, het klinkt natuurlijkhopeloos, maar ik moet zeggen....ook wel weer een leuk avontuur hoor! En als onze auto-genoten nou ook nog hadden kunnen praten, was het helemaal gezellig geweest!

Inmiddels zit ik alweer in Brisbane in het enorme studentenhuis dat ze hier een backpacker-hostel noemen. Wat houdt dat in? Men neme een grote schep hele jonge backpackers, met een snufje te harde muziek in elk vertrek (oh ja Granny?), twee eetlepels ranzige douches en wc's en 1 eetlepel donkere, stinkende dorm kamers met zo'n 10 meurende mede-reizigers.... Maar dat is allemaal helemaal niet erg (zei zij vrolijk) zolang je weet dat Sanne en Nick morgen op de stoep staan en we zelf onze herrie, rotzooi en geurtjes kunnen gaan produceren in ons eigen campertje! Kan niet wachten om ze weer te zien!
Ik wens jullie allemaal heerlijke kerstdagen en een fantastisch Oud&Nieuw!
xxxx
Margot
PS: De foto's van surf- en 4WD actie volgen binnenkort!
Van matroos tot cowboy
Hi folks!
Na een weekje vol met fantastische belevenissen in het zonnige Australie, vond ik het weer eventjes tijd worden om jullie bij te praten. Nu ik weer helemaal gewend ben aan het Westerse leventje, vond ik het tijd worden mezelf uit de supermarkten en winkelcentra te trekken (er is uiteindelijk maar zoveel ruimte in je backpack en ook de pinpas begint op een gegeven moment tegen te sputteren als je weer voor de pinautomaat staat) en op zoek te gaan naar wat actie...
Met de nachtbus (ik reis in Australie met een Greyhound ticket, een hop-on-hop-off bus) ben ik vanuit Cairns naar Airlie Beach gereisd. Een rit van zo'n 11 uur, die ik met een lekkere slaappil volledig slapend heb doorgebracht. Toen ik 's ochtends met mijn brakke hoofdje de bus uitstapte (ja, het ligt toch niet zo lekker zo'n verticale stoel) straalde de zon en het stralend blauwe water van Airlie Beach me tegemoet. Wat een heerlijk plekje! Helaas wel intens toeristisch, aangezien meerdere backpackers de Lonely Planet bij deze bladzijde schijnen open te slaan. Zoveel drukte had ik eventjes niet verwacht en dus bleek het nog eventjes zweten om een slaapplekje en boottocht (zeilen langs de Whitsundays eilanden is DE reden waarom je naar deze plek komt) te bemachtigen. Het blijft eventjes slikken welke prijzen er hier voor toertjes gevraagd worden en ik was dan ook zeer zeker niet van plan om mijn kontje op een al te luxe boot neer te planten....veel te duur!! Goed, 3 keer raden op wat voor soort boot ik uiteindelijk beland ben. Juist....de meest dure boot die er maar beschikbaar is

Dit beauty van een bootje lag ons de volgende dag in de haven op te wachten en samen met zo'n 18 andere gelukkigen (allemaal met nog maar 1 nier) en 6 bemanningsleden (allemaal nog met beide nieren) vertrokken we voor een 3-daagse zeiltocht langs de eilanden. Na het welkom, het ontmoeten van de crew, het leren kennen van mijn reisgenoten en het onderzoeken van de boot, bleek al snel dat dit toch wel een heel erg leuk tripje zou gaan worden. Terwijl we de zonsondergang tegemoet zeilden, zaten we met zo'n allen op het achterdek van het schip met een glaasje champagne en een kaasplankje. Vervelend hoor, dat backpacken

De drie daarop volgende dagen bestonden uit zeilen, snorkelen, kajakken, zonnen en eten, eten, eten, eten!! Op het schip bevond zich namelijk een chef die het voor elkaar kreeg ons drie keer per dag een stukje richting hemel te helpen. Oi, oi, oi, wat heb ik heerlijk zitten smikkelen! De groep bleek ongelooflijk gezellig en we hebben enorme lol met elkaar gehad. 's Avonds voeren we elke keer richting een baai waar het schip voor de nacht voor anker werd gegooid. Na wat gitaar spelen, een drankje drinken en het starennaar de sterrenhemel vanaf het dek, vertrokken we dan allemaal doodop richting onze hutjes. Ik deelde mijn ieniemienie hutje benedendeks met een dolverliefd tiener-stelletje dat hun handen en mond werkelijk niet van elkaar af kon houden....ook niet wanneer ik met mijn neus 30cm bij ze vandaan zat (meer ruimte hadden we in de hut namelijk niet). Dus de Ipod op volume 10 elke avond! Pfffff....
De Whitsundays zijn een prachtige groep eilanden net uit de kust en staan bekend om hun parelwitte stranden en azuurblauwe water. En het bleek er inderdaad uit te zien zoals op de ansichtkaarten...geen Photoshop nodig! We hebben een middagje mogen vertoeven op een van de mooiste stranden die ik ooit gezien heb en hebben rond kunnen dobberen in water waarbij je zelfs tot 2 meter diepte je 10 teentjes nog zonder moeite kon tellen. Ja, zulke stranden en zo'n boottocht is natuurlijk hartstikke romantisch, dus de liefde vierde hoogtij aan boord. Verliefde stelletjes knuffelden en zoenden wat af en een van de jongens kreeg het zelfs voor elkaar zijn vriendin op een van de bounty strandjes ten huwelijk te vragen... Maar gelukkig was Margootje niet alleen. Ik had namelijk mijn Duitse vriendinnetje bij me die ik tijdens het boeken van de toer ontmoet had. Helaas bleek dit meisje psychisch niet helemaal stabiel en begon ze me al vrij snel op de zenuwen te werken... Nadat we na 3 dagen met zeemansbenen weer aan wal stapten, vertelde deze Deutsche Freulein doodleuk dat ze een tijdje met me zou gaan reizen. Dat had ze in haar hoofdje denk ik ergens tijdens de trip unaniem besloten. Soft als ik ben durfde ik haar niet recht in haar gezicht te zeggen dat ik daar dus echt even he-le-maal geen zin in had.
En dus zaten Margot en Co 's avonds samen te wachten op de nachtbus, alwaar Co bij de bushalte het voor elkaar kreeg werkelijk elk druppeltje bloed onder mijn nagels vandaan te trekken (geloof me, het meisje heeft ze niet helemaal op een rijtje...). Het meisje (20 jaar jong) raakte in een hysterische depressie nadat ze haar bikini broekje verloren bleek te zijn en vertelde iedereen die het maar horen wilde dat ze kerstmis en oud & nieuw waarschijnlijk alleen ergens op een strand door zou brengen (zucht....kijkt om zich heen...is er iemand die haar nu aanbiedt deze dagen dan gezamelijk door te brengen? Nee? Oh, dan gooien we er nog een paar traantjes achteraan....). Oh, haar leven was verschrikkelijk en ze wist niet wat ze met zichzelf aanmoest! Ik werd me toch een partijtje chagrijnig van haar theatrale aandachtzoekerij!!! Maar niet getreurd, tijdens zo'n nachtrit slaap je toch (nou ja, je doet een poging) en ook een Ipod doet wonderen wanneer je echt geen zin hebt om te kletsen. En redding was nabij....een smsje had me namelijk geleerd dat Alexander (een oud-collega van PepsiCo) en zijn vriendin Marlous naar dezelfde bestemming onderweg waren. Welke bestemming? De Myella boerderij in de Outback!
Na 3 weken zon, zee en strand vond ik het namelijk tijd voor een hele andere ervaring en het boerderij-leven in de droge Outback van Australie leek me daarvoor de ideale plek. Nu hoef je hiervoor niet 3 dagen te rijden hoor! Rij vanuit de kust zo'n 1,5 uur landinwaarts en je zit in het droge Hill-Billy-Country! Hier kun je op meerdere plekken een 'Farm Stay' doen, wat zoveel wil zeggen als meehelpen (of in de weg lopen) op een boerderij en daarvoor betalen in plaats van geld te ontvangen. Ja, ergens logisch is dat natuurlijk niet als je er zo over nadenkt, maar als stadse toerist is het natuurlijk fantastisch. En wat hebben we een geweldige dagen op de boerderij gehad! Bij aankomst werden we in boerderij-kleding gehesen en vanaf dat moment waanden we ons ware cowboys. Paardrijden, moter rijden (pap, ik kan het nu ook! Mag ik je moter een keertje lenen?

De Myella Farm wordt gerund door een stel van respectievelijk 65 en 75 jaar oud (die overigens toen we er waren precies 45 jaar getrouwd waren en schijnbaar nog niet nadenken over pensioneren) en hun dochter. Echte boeren, hartstikke stug en ongelooflijk hard. Stap je verkeerd op je paard, gaf je teveel gas op je moter, legde je je tosti verkeerd op het vuur, zwaaide je verkeerd met je lasso, gooide je je afval in de verkeerde prullenbak....dan kreeg je de wind van voren!!Wellicht ook wel met een reden, wanthet boerenbestaan is dan ook niet zonder gevaren....Zo is een meisje door een paard in haar rug gebeten (het was mijn verwarde Duitse 'vriendinnetje'....hihihi, oh....sorry), een jongen in zijn kin gebeten door een vogel, een klein meisje onder gescheten door een kalfje dat haar etensresten met volle kracht verticaal tegen haar been deponeerde, een meisje omgevallen met haar moter (opnieuw mijn niet al te stabiele Duitse 'vriendinnetje'....hihihi, oh....sorry) en ga zo maar door. Ik ben de dagen zonder kleerscheuren doorgekomen (zelfs nog een stukje al klotsend op het zadel in gallop op een paard gezeten en ook mijn moter heeft op de verlaten weggetjes in de vijfde versnelling gestaan) en vond het helemaal fan-tas-tisch. Zo heerlijk zelfs dat Marlous, Alex en ik besloten er een extra dagje aan vast te plakken (van binnen jubelend omdat de Duitse wel na 2 dagen besloot te vertrekken....daaaahaaaag!).
Gisteravond zijn we door de dochter des huizes met de pick-up terug gebracht naar Rockhampton (ergens halverwege tussen Cairns en Brisbane) waar we met z'n drietjes nog een heerlijke dikke steak gegeten hebben in een lokaal restaurant. Daarna snel ons bedje ingedoken, want de wekker ging vanmorgen alweer om vijf uur om de bus te pakken richting Agnes Water. En daar zit ik nu achter de computer na een heerlijk dagje relaxen op het strand. Het is nog steeds bloedje heet hier in Australie en het blijft moeilijk te bevatten dat het over 2 weekjes al Kerstmis is! Vanavond zitten we naast het zwembad namelijk aan de BBQ in ons guesthouse

Tot gauw!
xxxx
PS: Gefeliciteerd aan alle jarigen van afgelopen week: Irene,Christel en Lies (vandaag!). En alvast aan die van komende week: Maarten, Jissie en mam!
No worries!
Jaaaaa lieve weblog-vrienden,
even een berichtje vanuit Down Under! Ik heb nu al ruim 1,5 week het absolute genoegen om in het heerlijke, relaxte, mooie, gezellige, warme, fantastische Australie te mogen verblijven. Vanaf de allereerste kennismaking was al meteen duidelijk dat dit land en ik de dikste maatjes zouden gaan worden. En wat valt er niet leuk aan te vinden? Zon, zee, prachtige natuur en de vriendelijkste mensen! De gezelligheid begon al in de shuttle bus van het vliegveld naar de stad toen onze buschauffeur om half acht 's ochtends door de microfoon riep 'How are you all doing folks? Look at the sky....it's a beautiful day! Pretty isn't it?'. Om vervolgens nog tien minuten lang lekker vrolijk verder te babbelen. En laat nu elke Australier zo vrolijk en ongecompliceerd in elkaar te steken als deze gezellige meneer! Ja, het vooroordeel is waar, ze praten hier allemaal zoals je het je voorstelt en de 'no worries mate', 'how you going doll?', 'having a good day hun?', 'where are you from lovely' vliegen je hier om de oren. En heus niet alleen uitgesproken door de surfdudes. Nee nee....de buschauffeur, de receptionsite, de cassiere, de barman...iedereen, maar dan ook iedereen begroet je op de meest gezellige manier. En het lijkt verdorie nog gemeend ook! Je kunt niet anders dan glimlachen wanneer je met zoveel vrolijkheid tegemoet getreden wordt!
En glimlachen doe ik dus ook al 1,5 week. Sinds mijn aankomst hier in Australie zit ik in Cairns dat helemaal in het noorden van de oostkust ligt. Het was mijn bedoeling inmiddels al een stukje zuidelijker te zijn, maar het is hier gewoon te leuk om weg te gaan! Dus waar heb ik me dan zoal mee vermaakt? Nou, om te beginnen heb ik de eerste twee dagen in Australie als een kind zo blij rondgelopen in elke supermarkt, kledingwinkel en winkelcentrum dat ik maar kon vinden!! Wat een keuze! Jeeeeeetje, 37 soorten deodorant?? Welke zal ik nu eens nemen? Eucalyptus of lavendel?? Uhmmmm....Oh, ook vanille in de aanbieding? Sjongesjonge! In mezelf jubelend heb ik door de supermarkt gelopen...18 soorten yoghurt....Oooooooh! Ja, na 4,5 maand Azie lijkt het alsof je de Westerse wereld weer helemaal opnieuw moet ontdekken. En wat hebben we het hier toch luxe met z'n allen! Heerlijk!! Ik heb mijn pinpas de eerste dagen dan ook flink laten vonken (volkomen in de greep door de marketing machine van elke winkel, waar ik op dit moment gewoon eventjes niet tegen bestand ben.... ik bedoel, 37 soorten deodorant!). En het laten vonken van je pinpas of creditcard is hier sowieso niet al te moeilijk, aangezien het enige nadeeltje dat ik aan Australie heb kunnen ontdekken het feit is dat het hier zo KNALLE duur is!!! Ai ai ai ai ai, dat is eventjes schrikken zo na Azie... Natuurlijk had ik me erop voorbereid, maar geloof me...niets kan je voorbereiden op zo'n groot prijsverschil! Voor een dagtourtje vragen ze je hier rustig 200 Australische Dollar en dat is uit het blote hoofdje toch zo'n 130 Eurootjes! Mag ik even vangen??
Maar goed, je door je budget laten beperken is ook zo ongezellig en je wil toch wat van het land zien, dus laat die tourtjes maar komen! Het eerste tourtje waar ik mij toe heb laten verleiden was een driedaags tripje naar het noorden richting Cape Tribulation - de enige plek op aarde (zo zegt men hier) waar het regenwoud de zee ontmoet... Mooi plekje hoor! Een slingerweg langs de kust rijdt je door de mooiste regenwouden en langs de mooiste stranden. Maar alleen kijken, kijken, want werkelijk elke plant, bloem en ademend beest in dit land is giftig of op een andere wijze pijnlijk en lekker snel dodelijk. Krokodillen (mijn favoriet...ahum), slangen, kwallen, levensgrote vogels (kunnen tot zo'n 2,5 meter groeien), spinnen....zelfs de vlinders in dit land zijn giftig als je ze opeet!!! Oh, en als je hier aan een bepaalde pad schijnt te likken (mocht je ooit de behoefte voelen dit op een zaterdagavond eens te proberen), dan schijn je ook bijna afzienbare tijd het loodje te leggen. (mocht je overigens de oncontroleerdbare drang voelen hier aan een beest te likken (?), lik dan aan de groene mier...die smaakt naar limoen kan ik je uit ervaring (?) vertellen). Je wordt hier dan ook overal goed bang gemaakt door de meest dreigende waarschuwingsborden en ook je gidsen laten geen ogenblik onbenut om je de meest tragische en gruwelijike verhalen te vertellen over toeristen die hun retourtje naar huis niet meer nodig hadden. Dus niet in de zee of in riviertjes zwemmen en als je op het strand loopt, dan wel ruim 5 meter van de zee vandaan, want zoutwaterkrokodillen kunnen in een fractie van een ogenblik over een afstand springen die gelijk staat aan hun eigen lichaamslengte. En laten er hier nu een paar flinke jongens rondzwemmen.... 6 en 7 meter respectievelijk en per stuk 1 ton (!) schoon aan de haak! Nou, een ontmoeting met deze twee heren valt niet aan te raden! En dus liep Margootje (schijtlaars als ze is) zo'n beetje tegen de bosrand over het strand!! (of shit....zouden ze misschien ook in de bosjes kunnen zitten???).
Na een paar daagjes in het noorden doorgebracht te hebben, wachtte trip nummer 2: Het Great Barrier Reef!!!! Oooooh, het enige natuurverschijnsel zichtbaar vanuit de ruimte (hopelijk heb ik dit feitje goed onthouden) en natuurlijk een must als je hier bent. Maaaaaaaarrrrr (daar gaan we weer), Gootje durft natuurlijk niet te snorkelen! Ja, maar dat is natuurlijk nu even geen optie he? En dus ben ik het water ongedoken en heb ik met mijn angst voor snorkelen precies hetzelfde gedaan als met mijn angst voor vliegen....hup, het raam uit. Geen geklets! En dus mijn kop onder water gestoken en net als elk ander mens op deze aardbol gewoon door gegaan met ademhalen. En natuurlijk geen enkel probleem!! Zo zie je maar weer, het zit allemaal tussen de oortjes....En wat was het mooi daar beneden! Zoveel vissen, schildpadden, koraal...prachtig! En dus drie keer raden wie ze als laatste op de boot moesten hijsen! Juist....

En na nog een tourtje door de achterlanden van Cairns (ook weer zo mooi) vandaag opnieuw de boot op gegaan voor een nieuw snorkeltripje. Weer zoveel moois gezien, waaronder een enorme school grote paars-groene vissen (vergeef me dat ik ze niet bij hun naam weet te noemen) die recht onder mij lekker van het koraal aan het snoepen waren. Je kon ze zelfs horen knabbelen! En ook heb ik Wally ontmoet - een ENORME vis (zie de foto's) die erg bekend is in Cairns. Helaas is het beestje zo bekend omdat het door elke duik/snorkel-boot wordt gevoerd. Wally is dus niet bij de boot weg te slaan en wordt door elke toerist geaaid en geknuffeld. Ik denk niet dat het beest nog in staat is zijn eigen eten te zoeken, mocht dat ooit weer nodig zijn...
Goed, en zo kan ik door praten en door praten over Australie. Maar dat ga ik niet doen! Want jullie hebben vast voor nu wel weer even genoeg gelezen en ik moet een hapje gaan eten om daarna in de nachtbus te springen richting de Whitsundays, zo'n 11 uur bussen ten zuiden van Cairns. Maar 'no worries mate'....ook daar kom ik je wel weer eventjes lastig vallen met een verhaaltje!
xxx